Fafi Abdel Nour is er duidelijk over: housemuziek. Dát is zijn genre, het genre waarop hij verliefd werd en waarvan hij de urgentie voelt. De urgentie van het kunnen verdwijnen in de nacht. Van jezelf zijn, jezelf ontdekken. Zoals housemuziek ooit, ver voor zijn geboortejaar 1996, ontstond in de Amerikaanse zwarte queergemeenschap.
Dus ook nu hij thuis voor het eerst aan eigen muziek werkt, zal house zijn genre blijven. Bovendien heeft Abdel Nour de laatste jaren, terwijl hij een steeds grotere naam op affiches in binnen- en buitenland werd, meer en meer zijn eigen specifieke sound gevonden. "Een bekende sound waarop je tóch niet helemaal je vinger kunt leggen. Muziek waarbij je je welkom voelt, bijvoorbeeld door samples die je herkent, maar die je tegelijkertijd verrast."
Abdel Nour speelde op populaire festivals als Lowlands, Dekmantel en Tomorrowland, maar is ook resident dj in de Amsterdamse queer club RAUM en draaide in de befaamde Berghain. Door dj-collectief Miaw uit Kopenhagen, dat hem recent boekte, werd hij 'one of the most exciting voices in Europe's queer club culture' genoemd. Acht vragen aan deze it-boy van de clubscene.
Gezien jouw tourschema is het vast een klein wonder dat we je in de zomer kunnen spreken?
"Het is inderdaad een drukke zomer, een leuke ook. Deze week kan ik een klein ademteugje nemen, daarom wilde ik het interview graag rond deze datum plannen. Hierna vlieg ik onder meer naar Bali en Zuid-Amerika, bij terugkomst staat Amsterdam Dance Event alweer voor de deur."
Hoe zit je in je energie?
"Tuurlijk komt er soms vermoeidheid in het spel, maar die smelt als sneeuw voor de zon zodra ik voor een leuke crowd sta. Ik weet inmiddels dat ik af en toe momentjes voor mezelf moet pakken. De combinatie van rust nemen en leuke momenten opzoeken zorgt ervoor dat ik dit schema volhoud. Als ik op een heel sicke plek draai of er vrienden bij zijn, ga ik na mijn set graag zelf nog feesten - maar je moet weten wanneer dat kan en wanneer het beter is dat je naar huis gaat."
Is het artiestenbestaan wat je ervan verwacht had?
“Het is vermoeiender en bevat meer sociale interacties - met veel verschillende mensen in veel verschillende situaties - dan ik had gedacht. Die momenten voor en na het optreden zijn stukjes die het publiek niet meekrijgt. Daarin moet ik nog steeds soms mijn weg zoeken: ik ben introverter dan mensen denken. Maar ja, jij vindt bij jouw baan ook niet alles altijd leuk, toch? Al denk ik ook weer: het is belangrijk om het niet alleen als baan te zien.”
Lukt dat?
"Jawel, ik ben enorm blessed met wat ik doe. Ik ben een enorme muzieknerd. Dat leidt er wel weer toe dat ik altijd aan sta. Zit ik eindelijk rustig thuis op de bank en schiet me iets te binnen - een track die ik ergens heb gehoord of zo. Dan wil ik direct graven naar andere platen die daar goed bij passen of zelf een nieuw nummer maken. Als ik moe ben lukt het me op de bank te blijven zitten, maar ik sta nooit helemaal uit."
Eigen tracks: een nieuw pad in je carrière?
"Ik heb in het verleden weleens geprobeerd stappen te zetten in het maken van eigen muziek. Toen voelde het te overweldigend. Als dj ben je gebonden aan de tracks die je kiest. Maar als producer heb je een groot blank canvas voor je en kun je eigenlijk alles doen wat je wil: dat was too much. Ik wilde vaak aan het begin van het proces weten wat er op het doek kwam te staan, terwijl ik nu plezier haal uit dat gaandeweg ontdekken."
Je hebt recent driemaal in Kiev gedraaid. Hoe was dat?
"Op dat soort momenten voel ik echt waarom ik doe wat ik doe. In Kiev vóél je de noodzaak van samenkomen in een club en kracht putten uit muziek en dansen. Het is daar allesbehalve vanzelfsprekend dat dat kan. Tijdens mijn tweede bezoek ging tijdens mijn set het luchtalarm af. Dan moet iedereen de schuilkelder van de club in. Dat verloopt heel rustig. Een halfuur later stond iedereen weer te dansen. Het is een lange reis - je vliegt naar Polen en pakt vanuit daar een trein naar de grens, om vervolgens een slaaptrein van twaalf uur naar Kiev te nemen - en bovendien ga je willens en wetens naar een oorlogsgebied. Mijn ouders waren er natuurlijk niet blij mee, maar als het mijn kind was geweest had ik evenmin staan springen."
In interviews met 3voor12 en Het Parool vertelde je dat je body dysmorphia hebt. Dat lijkt me helemaal lastig als je voor je werk in de spotlight staat.
"Ik worstel er nog steeds mee, maar inmiddels zit er een boel meer levenservaring en therapie achter. De stem op de achtergrond is er nog steeds - ‘Je ziet er niet goed genoeg uit, je bent niet dun genoeg’ - maar hij tettert minder hard in mijn oor. Mijn werk is bijna een soort exposure therapy. Ik probeer vaker mijn shirt uit te trekken tijdens een set als ik het warm heb en te dragen wat ik wil."
Die gesprekken ging ook over je queerness en het feit dat je ouders daar lange tijd moeite mee hadden. Iets waar je in meer interviews open over bent.
"Het is een deel van wie ik ben en ik vind het helemaal niet erg om erover te praten, maar de laatste tijd merk ik dat er in verreweg de meeste interviews focus op mijn seksualiteit en achtergrond wordt gelegd. Het is natuurlijk een onderwerp dat smeuïg opgeschreven kan worden. Daardoor voelt het voor mij soms als aapjes kijken. Over muziek gaat het opvallend weinig. Tegelijkertijd snap ik dat het belangrijk is dat jonge mensen mijn verhaal lezen en inzien: ik kan gewoon mezelf zijn. Zeker nu, want queerness lijkt minder 'cool' dan een paar jaar terug. Laatst adviseerde iemand me om mijn voornaamwoorden uit mijn Instagram-bio te halen. 'Dan krijg je meer boekingen', zei hij. Blijkbaar leven we weer in een wereld waarin je bepaalde dingen beter niet kunt benoemen. Ik hoef er niet altijd op in te zoomen - ik ben méér dan queer en van Syrische afkomst - maar het verstoppen zal ik nooit doen."







