Deze week bevind ik me in Shanghai. Hoog op mijn lijstje staat al langere tijd een bezoek aan Fotografiska Shanghai. Ik verwacht pure euforie, vergelijkbaar met het gevoel toen ik onlangs in Shenzhen het fenomenale oeuvre van Georgette Chen ontdekte, of het prachtige werk van Ren Hang - beide kunstenaars met Chinese roots. Ik kijk uit naar lokale fotografen en vooral naar origineel werk dat ik nog niet eerder heb gezien. Met deze volstrekt realistische en bescheiden verwachtingen bekijk ik de website van Fotografiska. Er lopen vier exposities, waaronder "Thomas Sauvin: Beijing Silvermine".
Zonder ook maar iets verder te lezen is mijn eerste gedachte: "Ik ben niet helemaal naar Shanghai gekomen om hier naar het werk van een Fransman te kijken." Die elegante gedachte wordt gevolgd door een nog diepzinnigere: “Mijnen boeien me evenmin.”
Aangezien Fotografiska me nog nooit heeft teleurgesteld, ga ik toch. Laat ik meteen zeggen dat ik er flink naast zat. Het is de meest originele en indrukwekkende fototentoonstelling die ik in tijden heb gezien. Mijn moeder leerde me van jongs af aan de introductie bij een expositie te skippen: eerst kijken, ervaren en denken, om vervolgens terug te lopen en de context te lezen; om een eigen perspectief te vormen voordat de woorden van een ander dat voor mij doen. En dat is precies wat ik hier doe. Bij binnenkomst zie ik muren vol met honderden, zo niet duizenden foto's. Elke foto heeft hetzelfde standaard fotoalbumformaat. Netjes geordend in perfecte symmetrie. Rustig bekijk ik ze een voor een. Een visueel thema lijkt te ontbreken.
Ik zie vooral “normale” momentopnamen van "het gewone leven": fietsende meisjes, een gezin thuis op de bank, veel verjaardagen, een bruiloft, binnenlandse toeristische uitjes en veel kinderen. Het valt me op hoe ontspannen en tegelijkertijd expressief de mensen op de foto’s zijn. Het is duidelijk dat zij zich op hun gemak voelen, op een manier die alleen mogelijk is in het gezelschap van geliefden. Ondanks het volume voelt elke foto intiem en puur. Ik realiseer me dat het uitzonderlijk is om in een museum naar werk te kijken dat niet is gemaakt met een professioneel of artistiek doel. Het zijn duidelijk “gewone mensen” die hun dagelijkse leven fotografeerden. Het voelt alsof ik duizend familiealbums tegelijk bekijk.
Heen en weer lopend begin ik overeenkomsten te zien, ook al verschillen de mensen op de foto's. Zo zie ik vrouwen in een vergelijkbare pose voor een versierde koelkast, netjes aangekleed. Ik vraag me af waarom zoveel vrouwen in hun woonkamer voor hun koelkast op de foto gingen. Verderop zie ik opeens een foto van een vrouw die al eerder voorbijkwam, in dezelfde pose voor dezelfde koelkast. Haar gezicht, kapsel en kleding maken echter zichtbaar dat de jaren verstreken zijn. Ik verlies me in gedachten over het verstrijken van de tijd, over hoe fysieke fotoalbums zeldzamer worden, over mijn eigen familiegeschiedenis. Over de menselijke ervaring die universeler blijkt dan ik me had gerealiseerd.
Nadat ik alle foto’s heb bekeken, ga ik terug om de introductie van de expositie te lezen en om het interview te bekijken dat in dezelfde ruimte draait (via de link hieronder in zijn geheel te zien, zeer de moeite waard). Ik maak kennis met Thomas Sauvin, kunstenaar, archivaris en uitgever, werkzaam tussen Parijs en Beijing. In 2009 kocht hij een zak vol negatieven bij een recyclingbedrijf net buiten Beijing. De eigenaar verzamelde de negatieven al jaren omdat ze sporen van zilvernitraat bevatten. Sauvin redde ze van vernietiging en sprak af dat hij ze zou blijven kopen, elke keer als er nieuwe binnenkwamen. Uit dat toevallige moment groeide een toewijding van inmiddels zeventien jaar, een archief van meer dan een miljoen foto's en een naam: Beijing Silvermine. En gelukkig voor mij heeft het niets met echte mijnen te maken.
Sauvin vertelt hoe kwantiteit het in dit geval wint van kwaliteit. Een interessante gedachte, want in de kunst werkt het meestal precies andersom. Maar hier geldt: was het één familiealbum geweest, dan had het bij lange na niet dezelfde impact gehad. De kracht zit in het volume; het is de hoeveelheid die iets nieuws creëert, een "Collective Memory" en een "portrait of a place and time", zoals hij het zelf mooi omschrijft. En als toerist, als buitenstaander, krijg ik tijdens deze expositie een glimp mee van het dagelijks leven en de mensen in en rondom Beijing in een historische periode (Reform and Opening-up, vanaf ruwweg de jaren tachtig).
Beijing Silvermine is prachtig samengesteld werk dat zou moeten reizen, van galerie naar museumzaal. Dit is werk dat je in het echt moet ervaren, want het is de combinatie van deze hoeveelheid foto’s en een fysieke ruimte die de meeste indruk maakt.
De expositie "Thomas Sauvin Beijing Silvermine: Archive Anthology" is tot en met 18 oktober 2026 te zien in Fotografiska Shanghai.







