Iedereen kent Johan Cruijff als voetbalicoon. Veel minder bekend is dat hij in Catalonië nog altijd wordt gezien als een nationale held. Niet alleen vanwege zijn spel, maar ook omdat hij een onderdrukt volk op het juiste moment nieuw zelfvertrouwen gaf.
Johan Cruijff is een Nederlands icoon, omgeven door mythen en legendes. Al in 1972 verscheen de eerste biografie over zijn leven, waarna talloze boeken en documentaires volgden. De nieuwste documentaireserie, die in maart in première ging in de Johan Cruijff ArenA in Amsterdam, probeert zijn verhaal in vier filmisch vormgegeven afleveringen te vangen.
Naast zijn sportieve nalatenschap bevat de serie nooit eerder vertoonde privébeelden en persoonlijke geluidsopnames die Cruijff in de laatste maanden van zijn leven maakte. Voor wie nog niet bekend is met zijn verhaal vormt de serie een uitstekende introductie. Eén hoofdstuk had van sommige kijkers echter uitgebreider mogen zijn: zijn bijzondere relatie met de Spaanse politiek tijdens zijn jaren bij FC Barcelona, tussen 1973 en 1977.
Voor Nederlandse en internationale voetbalfans is Cruijff een van de grootste spelers aller tijden. Voor veel Catalanen betekent hij echter nog iets veel groters. Opmerkelijk genoeg had hij zelf aanvankelijk nauwelijks oog voor de politieke lading van de rivaliteit tussen Real Madrid en FC Barcelona. Toch wees hij een transfer naar Real Madrid af om zich aan te sluiten bij zijn voormalige trainer en mentor Rinus Michels, die op dat moment coach was van FC Barcelona. Alleen die keuze al werd door veel Catalanen gezien als een symbolische afwijzing van de centrale macht in Madrid, vertegenwoordigd door Real Madrid.
Onafhankelijke denker
Spanje leefde sinds 1939 onder de fascistische dictatuur van Francisco Franco. Zijn regime onderdrukte de Catalaanse cultuur en identiteit systematisch in een poging het land te verenigen onder één taal en één nationale cultuur: het Castiliaans uit het midden en noorden van Spanje.
De enorme opwinding rond Cruijffs komst bleek slechts een voorproefje van de politieke betekenis die hij, grotendeels onbedoeld, zou krijgen. Cruijff groeide op in het naoorlogse Amsterdam, een stad die werd gevormd door maatschappelijke onrust en een sterk gevoel van vrijheid en onafhankelijk denken. Juist die mentaliteit botste met de repressieve werkelijkheid van het Spanje onder Franco.
Zijn compromisloze karakter maakte hem gaandeweg tot een onbedoeld boegbeeld van de Catalaanse strijd voor erkenning. Op een cruciaal moment gaf hij de bevolking nieuw zelfvertrouwen. Sportief had zijn komst direct effect. FC Barcelona, dat daarvoor teleurstellend presteerde, versloeg eerst Atlético Madrid met 2-1 en vernederde vervolgens aartsrivaal Real Madrid met 5-0 in het Santiago Bernabéu.
Na die historische overwinning schreef een journalist van The New York Times dat Cruijff in negentig minuten meer had gedaan voor het moreel van het Catalaanse volk dan veel politici in jaren van strijd.
Symbool voor culturele erkenning
Niet alleen zijn prestaties op het veld maakten hem geliefd, ook verschillende persoonlijke keuzes kregen een politieke betekenis. Waarschijnlijk zonder zich volledig bewust te zijn van het verbod op Catalaanse voornamen onder Franco noemden Cruijff en zijn vrouw hun in 1974 geboren zoon Jordi. Die naam verwijst naar de beschermheilige van Catalonië, maar volgens de regels van het regime had hij officieel Jorge moeten heten.
Hoewel Franco in zijn laatste levensjaren langzaam wat ruimte liet voor liberalisering, stuitte de naam aanvankelijk op verzet van de autoriteiten. Pas nadat Cruijff bleef aandringen, werd Jordi uiteindelijk goedgekeurd. Voor veel Catalanen groeide dat uit tot een krachtig symbool van culturele erkenning.
Rode kaart
Misschien wel het bekendste moment uit Cruijffs rol binnen het Catalaanse verzet vond plaats tijdens een wedstrijd tegen Málaga in 1975. Nadat hij vanwege protesteren een rode kaart had gekregen, werd hij onder politiebegeleiding van het veld gestuurd. Volgens de overlevering deed hij onderweg zijn aanvoerdersband af, uitgevoerd in de rood-gele kleuren van de Catalaanse vlag, destijds al bijzonder, omdat hij de eerste aanvoerder was die dat regionale symbool droeg, en drukte hij er een kus op terwijl hij naar het publiek keek.
Of het precies zo is gebeurd, blijft onderwerp van discussie, maar het moment groeide uit tot een van de bekendste beelden uit zijn periode in Barcelona.
Na zijn verhuizing naar Catalonië raakte Cruijff zich steeds bewuster van de politieke situatie. Later omschreef hij zichzelf zelfs als een “Catalaanse Nederlander”. In 2013 zei hij: “We kunnen politiek niet vermijden. Daarom moest ik me er af en toe mee bemoeien.”
Ook zijn besluit om niet deel te nemen aan het WK van 1978 in Argentinië kreeg een politieke lading. Cruijff verklaarde later: “Hoe kun je voetballen op duizend meter van een martelcentrum?”
Catalonië liet een blijvende indruk op hem achter.
Voetbalfilosofie
Na zijn overlijden aan longkanker in 2016 hingen in Catalonië de vlaggen halfstok. Zijn jaren bij FC Barcelona, eerst als speler, later als trainer, droegen bij aan een hernieuwd Catalaans zelfbewustzijn. Tegelijkertijd legde zijn voetbalfilosofie, waaruit later ook de tiki-taka-stijl voortkwam, de basis voor de successen van zowel FC Barcelona als het Spaanse nationale elftal in het democratische Spanje dat na Franco ontstond.
De documentaireserie Cruijff is te zien via NPO Start en Prime Video.







