Miley Cyrus
Bass Persuades
★★★☆☆
Wat is Miley’s next move? Dat is steevast de vraag bij een nieuw Miley Cyrus-project. Sinds ze haar kindsterdagen definitief achter zich liet met Bangerz (2013) klinkt elk album totaal anders. Inmiddels afgevinkt: psychedelische artpop (Miley Cyrus & Her Dead Petz), countrypop (Younger Now), 80s-inspired rock (Plastic Hearts), dancepop (Endless Summer Vacation, met megahit Flowers) en progressive pop (Something Beautiful, dat nog maar een dik jaar gelee verscheen).
Wat ze ging doen op haar tiende langspeler Bass Persuades was lastig inschatten op basis van de ene song die we ervan te horen kregen; het titelnummer, een dansbaar synthpopnummer met spoken word-couplet. Op de tracklist zagen we ook een samenwerking met punkband Model/Actriz. Wat daarvan te denken?
Om maar met de deur in huis te vallen: die track is steengoed, maar helaas niet bepalend voor de rest van het album. Different Religion is een industrieel, duister popnummer, dat duidelijk knipoogt naar Nine Inch Nails - vast geen toeval, want we wisten al dat Miley fan van de band is. De stem van zanger Cole Haden vormt een aardedonker contrast met die van Miley zelf. Wat een geslaagde zet.
Als de hele plaat nou deze donkere sound vasthield had Bass Persuades geweldig kunnen uitpakken. Maar track drie Let’s Get Married is weer compleet anders; luchtig, dromerig en verrassend… normaal. Het zou een Flowers-achtige hit kunnen worden. Vanaf dat moment blijft Bass Persuades hobbelen tussen hard en duister versus luchtig en licht. Rode draad zijn de synths - die keren op elk lied terug. Soms pas later in een nummer: Snow eindigt met een hypnotiserende synthline en Miley’s fluisterstem. Ook op Orbit horen we ze na verloop van tijd dreigend brommen op de achtergrond: mooi geproduceerd, maar het voorkomt niet dat het lied als geheel snel verveelt. Dat geldt tevens voor Neon Signs, een wat maf duet met Andrew Wyatt (bekend als producer en van zijn groep Miike Snow).
Aan het einde volgt nog een hoogtepunt in de vorm van Innocent Ways, waarin Miley lijkt te zingen over haar wilde jongere zusje Noah. En daarna het mooie Snow, dat zó’n goede closer zou zijn geweest. Maar for some reason krijgen we als tiende track nog een remix van de titeltrack die nauwelijks afwijkt van het origineel. Als geheel heeft Bass Persuades daarmee simpelweg te weinig beklijvende momenten om indruk te maken.
Chaka Khan
Chakzilla
★★★☆☆
De vrouw achter klassiekers als Ain’t Nobody en I’m Every Woman is terug met haar eerste album in zeven jaar. Al valt dat eigenlijk nog mee: op die voorganger uit 2019 moesten we twaalf jaar wachten.
73 is Chaka Khan inmiddels alweer. En net als Madonna, die dit jaar op haar bijna 68ste een glorieuze comeback maakte, mikt ze met haar nieuwe muziek op de dansvloer. Wie instant-klassiekers als bovenstaande twee eist van de grande dame van de funk en niets minder, komt van een koude kermis thuis: die zijn op Chakzilla niet te vinden. Maar wie in staat is de kwaliteit van haar bekendste hits naast zich neer te leggen, zal zich kostelijk vermaken met deze tien tracks.
Chakzilla bevat namelijk vrolijke, ongecompliceerde dancepop, van het soort dat beginjaren '10 massaal in de charts stond. Dat komt enerzijds door producer Greg Kurstin, die in die tijd hits maakte voor onder anderen Kelly Clarkson, P!nk en Sia. En die laatste is de tweede factor, want Sia schreef aan het gros van de songs mee, deelt de productie-credits voor een deel met Kurstin én is te horen op Cool You Down. Vooral dat nummer klinkt precies alsof het door Sia zelf in de beginjaren van vorig decennium uitgebracht had kunnen worden.
Dat geldt evenzeer voor de titeltrack - het refrein komt regelrecht uit het Sia-playbook. Het minst geslaagd is Always Love The Challenge, dat zich bij lange na niet kan meten met Sia’s beste werk. Daar verliest de productie zich bovendien in bombast, met veel toeters, bellen en gillende gitaren. Op veel andere tracks klinkt de productie óók duidelijk niet van nu, maar door Khans enthousiasme - ze heeft hoorbaar plezier op dit album - werkt het. En dat de muziek niet klinkt alsof die uit 2026 komt: who cares, de vrouw is 73. Jammerder zijn de teksten, want die blijven wel érg op de oppervlakte. ‘Fame is what the people want, an illusion’, zo klinkt het op Bring The Party. Iets verderop: ‘Love is all we need’ en ‘Today is all we got’. Nikszeggende zinnen op een niksig nummer, waarop Lenny Kravitz een nauwelijks waarneembare gastrol heeft. Wel weer geinig is wanneer Khan op Chakzilla verklaart: ‘I've been waiting to get laid on this number.’ Het is precies die lol die van Chakzilla afspat waardoor het een prima comeback te noemen is.







