De Belgische Rivièra
Op maar weinig plekken in de wereld is de kustlijn tegelijkertijd zo behapbaar en zo onoverzichtelijk als die van België. Op de slechts 67 kilometer tussen de Nederlandse en Franse grens wisselen flatgebouwen als gigantische windschermen en uitgestrekte zandstranden elkaar moeiteloos af. Hier trekt de beroemde kusttram van grens tot grens een langgerekte ijzeren streep langs zee. En koestert de Vlaming zijn strandcabine; kleine, witgeschilderde opberghokken van hout die de charme van weleer vertegenwoordigen.
Nee, het is niet alleen de schoonheid die de kust van Vlaanderen zo bijzonder maakt, weet ook Belgisch topmodel, modeontwerper en ondernemer Cesar Casier. Hij opende in Knokke de flagshipstore van zijn eigen modemerk en is het hele jaar door aan zee te vinden.
“Wat de kust en met name Knokke uniek maakt, is dat er zo veel te doen is. In de zomer is het the place to be in Vlaanderen. Beachbars als Collins Club zijn heel sfeervol, met yoga en pilates op het strand in de ochtend. Zoutestrand 19 is wat chiquer, dat ademt een beetje St. Tropez met alles in het wit.
De shopping is voor een bescheiden plaats als Knokke van absoluut wereldformaat. Waar anders vind je winkels en pop-ups van Chanel, Hermès en Dior zo dicht bij elkaar? De Kustlaan is toch een beetje de Avenue Montaigne van België.” De commerciële levensader van Knokke barst naast die high-endmodemerken van de boetiekwinkels en restaurants. Casier: “Co’s Cabanne is een aanrader. Bunch is een geweldige traiteur.”
En daarbuiten? “Tussen half juli en half augustus barst Knokke uit zijn voegen,” erkent Casier. “De Netflix-serie Knokke Off heeft daar nog een schepje bovenop gedaan. Maar wandel naar natuurgebied **Het Zwin en de rust keert meteen terug.
Jaloersmakend mooie huizen vind je aan de Boslaan en Zoutelaan. De polders. Daar overheerst het natuurschoon. De Haan is bij uitstek het mooist, met laagbouw en architectuur uit de Belle-Époque. De duinen rondom Nieuwpoort zijn ook een aanrader. Maar eerlijk: nergens bruist het als in Knokke.”
Antwerpen, de stad die nooit af is
Al eeuwenlang is de aantrekkingskracht van Antwerpen gigantisch. Voor David Tricot, als dj bekend als DTM Funk, zit dat vooral in de mensen. Hij groeide op in een dorpje net buiten de stad, maar ging in Antwerpen naar school, studeerde er en toen hij er eenmaal woonde is hij er nooit meer weggegaan.
Tricot: “Ik vind het prachtig om te zien hoe verschillend de mensen in Antwerpen zijn. Hoe ze eruitzien, maar ook in karakter of persoonlijkheid. Ik woon zelf in Seefhoek, een wijk ten noorden van het centrum. Daar is het soms wat rauwer, maar vind je zoveel plekken met karakter. Restaurant A Nossa Taskinha vind ik geweldig, dat is Portugees. Afghan Restaurant kan ik ook aanbevelen.”
Tricot opende een kwartier lopen verderop, in het Schipperskwartier, Black Gravity Records. Tricot: “Een platenwinkel waar dj’s terecht kunnen, maar ook muziekliefhebbers die thuis graag een plaat opzetten. Het gaat van Chicago house tot jazz en Afrikaanse muziek. En op donderdag, zaterdag en soms zondag organiseren we luistersessies. De maatschappij gaat te snel, bijna niemand neemt meer de tijd om echt naar muziek te luisteren. Hier willen we die ruimte bieden.”
Het past bij de stad, want door de bescheiden omvang wissel je drukte en rust makkelijk met elkaar af. Tricot: “Provinciaal Groendomein Rivierenhof" is een tof park, net buiten de stad, en dan ziet de wereld er heel anders uit.
Elke wijk heeft zijn eigen specifieke plekken. In Het Zuid kom ik niet heel vaak, maar toch ga ik een paar keer per jaar naar het Fotomuseum, dat stelt nooit teleur, net als het Koninklijk Museum voor de Schone Kunsten.
’t Eilandje is bekend, maar ook tof. Net als de kade langs de Schelde. Antwerpen is een stad om doorheen te wandelen. In een dag of twee ben je erdoorheen, maar je blijft nieuwe en mooie dingen tegenkomen. Als je onderweg tips wil, gewoon aan de Antwerpenaar vragen. Het zijn trotse mensen, ze helpen je graag.”
De Westhoek, waar Vlaanderen Frankrijk raakt
Als iemand zo ongeveer iedere vierkante meter van Vlaanderen wel heeft gezien, dan is het televisiemaker Arnout Hauben. Met zijn bekroonde series Dwars door België en Dwars door de Lage Landen nam hij miljoenen kijkers mee op zijn wandeltochten.
“Die laatste serie eindigde in de Westhoek,” zegt Hauben. “Daar kom ik graag en vaak. Het is een uithoek van Vlaanderen met een grote variatie aan landschappen en een rijke geschiedenis die bol staat van de Eerste Wereldoorlog. Die wordt hier de Grote Oorlog genoemd, en laat nog steeds diepe sporen na. Mijn vrouw komt uit Diksmuide, daar is het befaamde vredesmonument de IJzertoren en het bijbehorende museum aan de IJzer. In Ieper wordt nog steeds elke avond stipt om acht uur The Last Post geblazen onder de Menenpoort, een indrukwekkend eerbetoon aan alle gesneuvelden. En de militaire begraafplaatsen in de Westhoek zijn van grote schoonheid.”
“Maar de Westhoek is nog veel meer. Je hebt er de abdijen, zo wordt in Westvleteren het beste bier van Vlaanderen gemaakt. Wat zeg ik, van heel de wereld! En ga je in het Heuvelland de Kemmelberg op, een mythische berg voor fietsers, dan zie je dat de Westhoek een beetje het Toscane van Vlaanderen is. Een schitterend glooiend landschap waar je zo Frankrijk in kijkt.”
Het is een streek vol verhalen, de Westhoek. Een regio waar nog ruimte is. Waar de cafés nog traditioneel zijn. Hauben: “In de Westhoek drink je picon. Een bijna ondefinieerbaar drankje. Een likeur gemixt met onder meer citroensap en witte wijn, of andere ingrediënten, want elk café maakt het op zijn eigen manier. Als je een fles koopt en thuis inschenkt, dan smaakt het niet. Maar bestel het in de Westhoek, en je proeft het zilt en het zand en het zout en de wind. Het liefst in een volkskroeg met een oude tegelvloer waarvan je weet dat er een eeuw geleden nog soldaten in hun kisten overheen liepen. Als het even kan ook nog muziek van de West-Vlaamse troubadour Willem Vermandere op de achtergrond. Een wereld van een uitstervende soort, maar cultureel erfgoed van de streek.”
Het Zoniënwoud, de mooiste stilte in België
Of het net wel of net niet Vlaanderen is durft Aster Nzeyimana niet met zekerheid te zeggen, maar net buiten Brussel ligt een van zijn favoriete rustpunten: het Kasteel van Terhulpen. “Mijn leven in de stad is druk genoeg,” vertelt de voetbalcommentator en presentator van The Voice van Vlaanderen, die samen met zijn vrouw Lize Feryn kledingmerk Melange lanceerde. ‘Maar zodra ik rondom het Zoniënwoud ga wandelen, valt alles even weg. In een land waarin de natuur over het algemeen niet zo heel spannend is, speelt deze plek onze grootste troef uit. Een iconisch en eindeloos loofwoud, vol majestueuze beuken. Het is een oud bos, maar op een geweldige manier gecultiveerd. Zo ruw mogelijk gelaten, maar toch kun je er ontzettend gemakkelijk en comfortabel wandelen. Het kasteel, met hotel, is de perfecte koffiestop halverwege een wandeling.”
Het is ook nogal een contrast met het vaak rommelige Vlaamse landschap. Nzeyimana, lachend: “De ruimtelijke ordening is in Vlaanderen berucht. Tot de jaren zeventig is er geen enkel beleid geweest en dat is terug te zien. Overal kan maar zo een spuuglelijk huis staan. Een goede kennis van mij heeft het account Ugly Belgian Houses, dat is fenomenaal. En zo herkenbaar voor alle Vlamingen, want die lelijkheid in het landschap omarmen we ook.”
Toch zijn er tegenwoordig meer plekken waar de natuur weer de ruimte krijgt. Nzeyimana: “De schoonheid van Vlaanderen is goed geregeld. Er is veel geïnvesteerd in kleine natuur. De Gratiebossenbij voorbeeld, of Domein Puyenbroeck. Allebei rondom Lokeren waar ik vandaan kom. Het zijn niet de bekendste natuurgebieden, maar wandel tien minuten en je hoort niks meer. Zo zijn er door heel Vlaanderen dit soort plekken. Gewoon zoeken op ‘provinciaal domein’ en je wordt beloond met een klein stukje prachtige natuur.”







