Het is september 2015. Ik ben op reis met drie vrienden in Vietnam, ik heb een weddenschap verloren en zit bij een kapper die geen Engels spreekt. Gelukkig heb ik geen ingewikkeld verzoek. Ik wijs naar de tondeuse en kijk hem aan. We begrijpen elkaar. Een kwartier later loop ik naar buiten, kaal. Ik voel me herboren.
De jaren daarvoor was het pijnlijk duidelijk geworden dat mijn bruine krullenbos, destijds mijn handelsmerk, het niet lang meer zou volhouden. Ik werd wakker met haren op mijn kussen. De inhammen kropen door. Vrienden maakten opmerkingen waar ik met een ongemakkelijk lachje op reageerde. Mijn browsergeschiedenis verraadde een zoektocht naar remmende middelen. Ik smeerde cafeïneshampoo en andere middeltjes in mijn haar, tevergeefs. Dan maar naar Turkije, dacht ik, tot ik de procedure zag en rillingen kreeg. Betalen kon ik het toch niet, alles was gespaard voor een uitwisseling naar Singapore.
Wat me toen niemand vertelde: die tussenfase is het ergste stuk. Niet het kaal zijn, maar het kalen.
Psycholoog Thomas Cash onderzocht in de jaren negentig ruim honderd kalende mannen en vond dat hun haarverlies gepaard ging met flinke preoccupatie, matige tot serieuze stress en veel 'coping'. Vooral bij jonge mannen, bij mannen die er vroeg mee begonnen en bij mannen met zichtbaarder verlies. Op andere persoonlijkheidstrekken verschilden ze niet van de controlegroep, maar hun tevredenheid met hun eigen lijf lag lager. Een systematische review uit 2023 telde dertien onderzoeken tussen 1992 en 2021 en kwam steeds op hetzelfde uit: androgenetische alopecia (erfelijke kaalheid) is een reële psychosociale stressfactor, en ruim een kwart van de mannen vindt het extreem vervelend.
Kortom, je verbeeldt het niet. Maar wat je wel verbeeldt, daar kom ik zo op.Ik ben natuurlijk niet de enige. Ik vroeg twee vrienden hoe hun proces ging.
Hugo (34) werd kaal op zijn 22e. "Ik vond het oprecht heel kut", zegt hij. "Ondanks dat ik wist dat het voorbestemd was, want mijn vader is zo kaal als wat." Hij begon veel te vroeg met haar eroverheen kammen. "Je vergroot alles uit voor jezelf. De meeste mensen zien het niet, maar jij ziet niks anders. Je bent er obsessief mee bezig."
Wat hij beschrijft is een klassiek voorbeeld van het spotlight effect. Psychologen Thomas Gilovich en collega's doopten dit fenomeen in 2000. Hun conclusie: mensen overschatten stelselmatig hoezeer anderen op hun uiterlijk letten. In hun bekendste experiment lieten ze studenten in een gênant T-shirt een ruimte binnenlopen. De dragers dachten dat ongeveer twee keer zoveel mensen het hadden opgemerkt als er daadwerkelijk waren. Jouw inhammen zijn dat T-shirt.
Tim (28), zag het rond zijn achttiende dunner worden en was op zijn 21e kaal. Zijn haar was bijna kroes, en verbonden met zijn Surinaamse roots. "Mijn krullenbos was een groot onderdeel van mijn identiteit. Als je dan ziet dat zoiets weggaat, werd ik heel erg bewust van mijn sterfelijkheid. Ik kan kapot. Ik takel af."
Zijn kantelpunt kwam in een kroeg. Iemand tikte tegen zijn hoofd en zei dat het echt dun werd. "Ik voelde dat hij pure schedel aanraakte." Diezelfde avond wist hij het. "Ik was zo klaar met onzeker zijn en ermee bezig zijn. Het moest er eraf.’’
Beide mannen hebben over een transplantatie nagedacht. Beiden lieten het gaan. Bij Hugo was het geld, en het besef dat hij zich op zijn zestiende een keer had gemillimeterd en toen wist dat zijn schedelvorm meeviel. "Ik ben ook niet ijdel genoeg om dat helemaal te gaan organiseren." Tim vond het duur en vooral onlogisch. "Het is uitstel van executie. Het zit niet in me om me vast te houden aan een zinkend schip."
En toen kwam bij ons alle drie hetzelfde moment.
"Bevrijdend", zegt Hugo. "Dat was echt magisch voor mij. Het klinkt overdreven, mensen geloven het bijna niet." Hij had er vijf jaar tegenaan gehikt, deed het alleen in de badkamer, en had niet voorzien wat er zou gebeuren. "Wat het magisch maakte, is dat ik door het af te scheren ook mijn onzekerheid eraf schoor. Ik keek in de spiegel en dacht: hell yeah. Fuck dat."
Tim beschrijft de eerste maanden nuchterder. "Dan loop je rond als een pasgeboren kuikentje. Je voelt je naakt, je voelt wind op plekken die nooit zon hebben gezien." Maar de flow kwam snel. "Zeker toen ik het helemaal kaal begon te scheren. Toen dacht ik: dit werkt gewoon."
De wetenschap staat opvallend vaak aan onze kant. Wharton-onderzoeker Albert Mannes, zelf kaal geworden en getroffen door hoe anders vreemden hem behandelden, publiceerde in 2012 drie studies onder de titel Shorn Scalps and Perceptions of Male Dominance. Mannen met een geschoren hoofd werden dominanter ingeschat dan leeftijdgenoten met vol haar. In de tweede studie, waarin bij dezelfde mannen het haar digitaal werd verwijderd, werden ze ook nog eens langer en zo'n dertien procent sterker geschat. En de groep die er in alle onderzoeken het slechtst uitkwam op aantrekkelijkheid en kracht: mannen met dunner wordend haar.
Dat is de hele grap. De fase waarin je krampachtig probeert vast te houden wat je kwijtraakt, is precies de fase waarin je er het minst goed uitziet. De oplossing kost vijftien euro en tien minuten.
Ik wil niet doen alsof er geen prijs is. Tim mist het spelen. "Ik zou nog wel een keer cornrows willen, of een low taper fade. Soms zie ik iemand met een vette kop haar en denk ik: ah, fuck." Hugo vind het zweet op z'n hoofd het meest irritant. Je moet je insmeren, want je verbrandt razendsnel, en op de plekken waar ooit mijn inhammen zaten zweet ik nu specifiek en overvloedig. Gemengd met zonnebrand is dat gewoon smerig.
Verder is het rendement absurd. Mijn haar zit altijd goed. Ik heb geen mening meer over wind, helmen of regen. Ik heb het aantal keren dat ik per dag in een spiegel kijk teruggebracht tot ongeveer één.
Dus het advies, aan iedereen die nu vanuit een specifieke hoek in de badkamerspiegel staat te turen. Haal het eraf. Het staat vrijwel altijd beter dan je denkt. En niemand kijkt zo naar je als jij naar jezelf kijkt.
Zoals Hugo het zei: "Ik hoop dat je dezelfde ervaring hebt als ik. Dat je in dat moment gewoon je onzekerheid eraf scheert. Dat is een geweldig moment. Dat vergeet ik nooit meer."







