Cultuur

Waarom Amsterdam internationale creatieven blijft aantrekken

Amsterdam trekt al jaren internationale creatieven aan. Wat begint als een tussenstop, groeit opvallend vaak uit tot een permanent thuis. Vier makers vertellen waarom ze bleven.

Nederland is allang meer dan een praktische uitvalsbasis voor internationale carrières. De creatieve industrie, de korte afstanden en een manier van leven waarin werk en vrije tijd elkaar niet voortdurend verdringen, maken het land aantrekkelijk voor een groeiende groep internationale ondernemers, ontwerpers en kunstenaars. Voor GQ NL vertellen vier internationale creatieven, die Nederland inmiddels hun thuis noemen, over de favoriete plekken die hun beeld van het land hebben gevormd.

Vier internationale creatieven vertellen waarom Amsterdam hun thuis werd

Taylor Martinez (@tduzzitalll)

Taylor Martinez groeide op in Parijs, een stad waar creativiteit vaak hand in hand gaat met snelheid. De Franse creatieve ondernemer is art director en founder van kledingmerk Quessst. Voordat hij van Amsterdam officieel zijn thuisbasis maakte, werd hij al aangetrokken door de ontspannen energie en de creatieve cultuur: “Het is een geweldige basis om nieuwe mensen te ontmoeten en geïnspireerd te blijven.”

Nu hij hier woont, is zijn favoriete plek het kleine buurtcafé Iets Apart, gerund door een moeder en dochter. De koffie is goed, de taarten zijn huisgemaakt en vaste gasten kennen elkaar bij naam. Juist daarin schuilt volgens Martinez de aantrekkingskracht van Amsterdam. Niet in de plekken die iedereen wil ontdekken, maar in de plekken waar je ongemerkt onderdeel wordt van de buurt: “Het voelt als thuis. In een internationale stad zijn het vaak de kleine plekken die uiteindelijk het meest betekenen.”

Seji (@seiji.620)

Toen de Japanse kunstenaar Seji in 2023 naar Nederland kwam, was dat niet bedoeld als een permanente verhuizing. Vanuit Sydney zocht hij tijdelijk een andere omgeving, terwijl zijn zus met haar gezin in Edam woonde. Vanuit daar reisde hij vrijwel dagelijks naar Amsterdam. Galeries, musea en cafés wisselden af met uren waarin hij simpelweg door de stad liep en kon observeren: “Amsterdam voelde open, creatief en vrij.”

Seji staat bekend om zijn flamboyante pop-inspired kunstwerken die nauw verbonden zijn met kleur, energie en het plezier van het alledaagse leven. Met de Jordaan als vertaling van die inspiratie. Niet vanwege de historische reputatie, maar door de menselijke schaal. De combinatie van ateliers, onafhankelijke winkels en stille grachten geeft de wijk volgens hem een karakter dat in veel internationale steden langzaam verdwijnt. “Je kunt er uren rondlopen en telkens weer iets nieuws ontdekken. Het houdt mij nieuwsgierig.”

Hij drinkt zijn koffie het liefst bij Toki Times. Ook De School maakte indruk. Het inmiddels gesloten culturele instituut stond symbool voor een Amsterdam waar muziek, kunst en subcultuur vanzelfsprekend in elkaar overliepen. “Het voelde als een plek waar ideeën, culturen en mensen samenkwamen.”

Callum Parton (@cxlparton)

Voor Callum Parton speelde sport altijd een centrale rol. Hij groeide op in een kustplaats ten zuiden van Melbourne, waar het leven zich grotendeels buiten afspeelde. De Australiër verruilde Melbourne eerst voor Londen en verhuisde vervolgens voor maximaal een jaar naar Amsterdam om bij diezelfde agency te werken ter ondersteuning van marketingstrategieën voor internationale merken. Dat liep anders. Na een jaar woont hij er nog steeds: “Ik dacht eerlijk gezegd dat ik al ergens anders zou wonen.”

Toch ligt de plek waar hij het vaakst naartoe gaat net buiten de stad: Bloemendaal. De open horizon, de wind vanaf zee en de uitgestrekte duinen brengen een gevoel terug dat hij sinds zijn vertrek uit Melbourne nauwelijks nog had gevonden. “Er zit iets vertrouwds in de zeelucht. Ik vertrek er altijd rustiger dan ik aankwam.”

Jordan Mills (@jordanmillss)

Tot slot Jordan Mills, die vijf jaar geleden voor een baan bij Nike is verhuisd naar Amsterdam. Hier is hij productontwikkelaar op het gebied van lifestyle-, sneaker- en hardloopschoenen. Wat, net als bij Callum, een ‘one-year stint’ zou zijn, groeide al snel uit tot een onverwacht thuis: “Het duurde niet lang voordat de stad en haar community mij omarmden. Ik raak niet uitgekeken op de stad.”

Zijn favoriete plekken vormen samen bijna een persoonlijke plattegrond van Amsterdam. De dag begint regelmatig met een run door het Amsterdamse Bos, Rembrandtpark of het Vondelpark. Daarna volgt koffie bij Cheeky met een lunch op het terras van Kikki of De Linden. Daarna volgt koffie bij Cheeky, met een lunch op het terras van Kikki of De Linden. In de zomer verplaatst zijn dag zich moeiteloos tussen Sebonsa-pop-ups, No Clubs-dagfeesten, dakterrassen en een duik bij Pension Homeland: “Ik reis veel, maar in de zomer is er vaak geen plek waar ik liever ben dan Amsterdam.”

Wat deze mannen met elkaar gemeen hebben, is de manier waarop ze een stad zijn gaan lezen. Geen van hen noemt een museum, een sterrenrestaurant of een iconisch uitzicht als favoriete plek. Misschien verklaart dat ook waarom zoveel internationale creatieven langer blijven dan gepland. Amsterdam biedt iets wat in veel internationale metropolen steeds moeilijker te vinden is: de mogelijkheid om een carrière op te bouwen zonder dat het leven daaromheen verdwijnt. En uiteindelijk is dat misschien wel de grootste luxe die een stad een man kan bieden.

Meer zoals dit