Of het interview wat vervroegd kan worden, mailt de manager van vechtsportfenomeen Levi Rigters. Geen sterallures, dan ben je aan het verkeerde adres bij de even grote als vriendelijke Rigters, hij moet gewoon zijn kinderen uit school halen en dat was hij vergeten. De manager, that is, want voor Levi zelf staat tweeling Otis en Zain altijd voorop. Óók voor zijn sport, ja. Hij geeft toe dat het niet altijd even makkelijk was, maar nu de jongens vier zijn, wordt het allemaal wat makkelijker, zegt Levi: ‘Inmiddels kan ik met ze praten, dingen uitleggen. Dat scheelt. Vooral het begin was heftig, zeker de eerste twee jaar. Ik was pas 26 en wilde wel kids – liefst drie – maar ik dacht altijd: dat komt wel als ik dertig ben. Zeker omdat de combinatie topsport en kinderen een pittige is. Aan de andere kant: perfecte timing bestaat niet als het op kinderen aankomt.’
Had je een idee wat het vaderschap inhield?
‘Nee, omdat het toch een soort van onverwacht was. Ik ben erin gegaan met het idee: het komt wel goed. Sowieso heeft het geen zin om van alles te bedenken, want als ik zus denk, doen de kinderen vaak zo. Alles gebeurt in het moment. Maar uiteindelijk is liefde de basis, denk ik. En aanwezig zijn.’
Je bent niet meer samen met de moeder van je kinderen?
‘Nee, ik ben single, we zijn sinds iets meer dan een jaar uit elkaar. Dat maakt het nog wat lastiger, omdat je de helft van de tijd alles alleen moet doen.’
Hoe werkt dat als je topsporter bent en zes dagen per week moet trainen?
‘Ze gaan door de week naar school en we hebben twee oma’s die veel kunnen helpen: op maandag past mijn moeder, op vrijdag de moeder van mijn ex. Dat gaat prima, ook omdat ik gewoon nog wat harder train als de jongens bij hun moeder zijn.’
Hoe zien die trainingen van jou eruit nu je van kickboksen bent overgestapt naar MMA?
‘Ik ben het afgelopen jaar vooral op de grond bezig geweest, daar zijn veel uren in gaan zitten omdat dat helemaal nieuw voor mij was. Daarnaast doe ik staand werk, kracht- en conditietraining, sparren en losse conditiesessies. Het is heel veel van alles, maar vooral dat grondwerk is pittig. Pas toen ik eenmaal onderweg was, kwam ik erachter hoeveel tijd en moeite daarin gaat zitten. Omdat ik niet alleen nieuwe dingen moet leren, maar ook dingen moet afleren.’
Spijt?
‘Nee, juist niet, ik vind het heel leuk om nieuwe dingen te leren, dat geeft me energie, het is een van de grootste redenen waarom ik deze stap heb gemaakt.’
Je had geen plezier meer in kickboksen.
‘Nee. Ik heb altijd de droom gehad om kampioen te worden, te winnen van Rico Verhoeven. Dat was het doel. Ik twijfelde daarvoor ook al of ik dit nog wel zo leuk vond, maar ik wilde niet opgeven zonder dat doel te behalen. Toen ik die titelpartij verloor en Rico ermee stopte, was dat doel ineens weg. Ik ben nog wel doorgegaan, heb na mijn verloren titelpartij tegen hem nog een paar grote partijen gevochten en ik kon de energie daarvoor nog wel opbrengen, maar zelfs als ik won, was de euforie van dat moment heel snel weer weg. Ik dacht steeds vaker: waar doe ik dit nog voor?’
Ben je Rico dankbaar of vind je hem vooral een eikel omdat hij jouw droom heeft weggenomen?
‘Hij heeft mijn droom niet weggenomen – dan had ik die titelpartij moeten winnen. Het gaf me vooral duidelijkheid... Er klopte iets niet en het was tijd om dat onder ogen te zien. Dat was pijnlijk, stoppen met iets wat je al vijftien jaar doet, alle schepen achter je verbranden, maar soms kom je door pijn op de juiste weg.’
Op 26 september moet je aan de slag, kijkt de hele wereld mee naar hoe jouw eerste partij in de LFL gaat verlopen. Nerveus?
‘Nee, ik voel me juist vrij. In het kickboksen vocht ik vaak om niet te verliezen. Nu voel ik een energie die ik lang niet heb gevoeld, ik heb de wil om te winnen. En het gaat goed, ik zit er lekker in. Op technisch vlak gaat het steeds beter, zowel het grondwerk als de defense. Ik kom net terug van een trainingskamp in Engeland, heb daar gewerkt met een jongen die bij de UFC traint en de week daarvoor was ik in Duitsland met allemaal andere goede vechters. Heel leerzaam. Natuurlijk wil ik die partij winnen, maar ik wil vooral voelen wat ik al heel lang niet gevoeld heb: vrijheid.’
Is MMA moeilijker dan kickboksen?
‘Ja. MMA is veel denkwerk, je moet nóg meer schaken dan met kickboksen. Het is fysiek ook een stuk meer belastend. Ik ben wel wat pijn gewend, maar dit zijn andere pijntjes – ik lig veel op de massagetafel, ben regelmatig bij de fysio. Je staat en beweegt ook anders dan met kickboksen en je head movement en dekking moeten beter, omdat je kleinere handschoenen hebt bij MMA. Afstand is dus heel belangrijk, ook omdat je rekening moet houden met dat grondwerk. En waar ik eerder ronden van drie minuten moest vechten, zijn dat nu ronden van vijf. Het is fysiek écht zwaarder.’
Gevaarlijker ook?
‘Ik denk het wel. Vanwege die kleinere handschoenen, vanwege het grondwerk, vanwege de ellebogen. Bij MMA wil je maximale schade aanrichten. Maar daar ben ik niet bang voor, zoals ik met kickboksen ook nooit bang was. Als je zo denkt, sta je meteen met één punt achter.’
Wat is het doel?
‘Ik ben topsporter, dus ik ga voor het hoogst haalbare: de kampioen in de UFC verslaan. Maar voor nu zit ik heel goed in de LFL. Ik wil zoveel mogelijk trainen, ervaring opdoen, wedstrijden vechten, uren maken. En ik wil vooral genieten van de reis.’
Zeker in de UFC gaat het ook om de show, de grote muil, de agressie. Dat lijkt niet per se bij jou te passen. Of zien we straks een totaal andere Levi?
‘Nee, dat denk ik niet. Trash talk en gekkigheid zijn niet mijn ding en er zijn genoeg voorbeelden van vechters die het net als ik op hun eigen manier doen. Ciryl Gane en Reinier de Ridder bijvoorbeeld. Rustige gozers, net als ik.’
Was jij als kind ook altijd zo cool en collected?
‘Ja, al heb ik een periode gehad dat ik lastig was, emotioneler. Als puber was dat, ook de periode dat ik begon met kickboksen. Dat heeft me wel geholpen om de rust te bewaren… Niet dat ik anders per se een verkeerde richting op was gegaan, want ik deed het prima op school, maar ik was gewoon zo’n typische puber. Lastig, emotioneel, zoekende.’
Hoe vertaalt zich dat naar de ring?
‘Ik heb wel een tijdje gedacht dat ik vaker boos moest zijn, agressiever, omdat ik dan beter zou presteren, maar inmiddels omarm ik het. Ik kan en wil ook niet mijn hele persoonlijkheid veranderen om een betere vechter te worden. Als het moet kan ik echt boos worden, meer agressie in mezelf oproepen, maar ik ga niet mijn karakter proberen te veranderen.’
Wat ga je doen als het vechten stopt?
‘Ik heb samen met stichting IT4kids een jongerenproject genaamd Dreamers, een traject waarbij ik jonge mensen fysiek en mentaal help door met ze te sporten. Dat doe ik nu een keer in de week, maar ik zou dat heel graag uitbouwen, een beetje zoals dat programma Dream School. Niet dat het op tv moet, maar het lijkt me geweldig om jongeren die het op wat voor manier dan ook zwaar hebben te helpen. Dat is naast het vechten mijn passie.’
Waar komt die passie vandaan?
‘Vanuit mijn eigen jeugd, denk ik. Ik had in ieder geval wel zo’n traject kunnen gebruiken toen ik jong was. Als puber had ik mentale struggles, ik was zoekende, onzeker, kreeg paniekaanvallen. Het zou fijn zijn geweest als ik daar wat sturing in had kunnen krijgen, sturing die je als puber niet altijd van je ouders wil krijgen. Maar ik had het kickboksen, daar hield ik me aan vast, dat was het licht aan het eind van de tunnel. Ik hoop die kids hetzelfde te kunnen geven.’
Heb je tijd om te relaxen, gewoon op de bank te zitten en even niks te doen?
‘Jawel, maar soms denk ik wel eens dat het handig zou zijn om een echte hobby te hebben. Gewoon lekker vissen, dat lijkt me top.’
Levi Rigters met een hengel… ik zie het nog niet voor me.
‘Toch heb ik als kind veel gevist. En als ik vrij ben, ga ik wel naar de sauna of ik neem een massage, maar dat is toch een soort actief herstel. Misschien moet ik dat vissen toch weer eens oppakken.’
Fashion, is dat iets waar je in geïnteresseerd bent?
‘Sorry, ik ben niet echt een typische GQ-man… Ik ga vooral voor veilig en simpel – sowieso draag ik natuurlijk vooral trainingspakken. Ik zou wel graag een eigen stijl willen hebben, iets volwassener ook. Tegelijkertijd: ik draag wel eens een pak, vind dat ook mooi, maar toch vooral bij anderen. Ik voel me daarin niet lekker. Ik zou willen dat het wel zo was, maar ik merk dat daar een drempel zit. Ik zie wel eens mensen op straat lopen van wie ik denk: het is niet mijn kledingstijl, maar ik ben jaloers dat iemand zo eigen is. Het helpt uiteraard niet mee dat ik eigenlijk altijd sportkleding draag. En ik zit altijd met maten: heel lastig om dingen te vinden als je ruim twee meter lang bent.’
Je zou ook kunnen gaan daten…
‘Ik had daar afgelopen jaar in principe tijd voor, want ik hoefde niet te vechten, maar ik moet je eerlijk zeggen dat ik het niet heb gedaan. Het voelt vooral heel goed om gewoon alleen te zijn. De focus ligt nu even helemaal op mezelf. Sowieso goed, want ik moet me in de komende jaren langzamerhand gaan bezighouden met wat er na het vechten komt. Zoals ik een eigen kledingstijl wil vinden, wil ik ook nadenken over wie ik ben buiten het vechten. Wat wil ik, wat kan ik nog meer?’
Hoe doe je dat?
‘Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Erover nadenken, dat doe ik. Nieuwe dingen proberen. Mediteren helpt ook, ik geloof heel erg in stilte. Dan komen er ook dingen naar boven… laatst voelde ik bijvoorbeeld heel sterk dat ik graag een instrument zou willen kunnen bespelen. Dus ben ik nu op zoek naar een pianoleraar, want ik vind dat ik naar zo’n gevoel moet handelen. Alleen op die manier kom je erachter wat je leuk vindt, wat je wil en wie je bent.’







