Stel je voor: je ligt in een hotelbed, het is een beetje laat en je hebt eigenlijk nergens zin in. Je bestelt een club sandwich. Of een omelet. Misschien een Negroni. En als je dan toch bezig bent, doe er ook maar een badjas en een pyjama bij.
Dat is ongeveer het idee achter Room Service, de nieuwe samenwerking van Lacoste, The Hoxton en kunstenaar Michael McGregor. De collectie bestaat uit zeven items – van polo's en T-shirts tot hoodies, pyjama's en een badjas – maar er zit een addertje onder het gras: je kunt ze alleen bestellen als je daadwerkelijk in een Hoxton-hotel zit. Niet online, niet in een winkel. Gewoon via de roomservice.
Het is in ieder geval een stuk leuker dan online een winkelmandje vullen.
We spreken met McGregor terwijl hij zelf op vakantie is in Griekenland. Hij is net terug van een duik in zee en zit op het eiland Kimolos, waar hij een paar weken met zijn vriendin doorbrengt. Hotels en reizen vormen al jaren een belangrijk onderdeel van zijn werk.
“Ik ben een soort nomadische kunstenaar,” vertelt hij. Hij woont tegenwoordig in São Paulo en Athene en maakt veel van zijn werk onderweg. Zijn studio is dus niet altijd een studio. Hij reist met kleurpotloden, pastels en papier en kijkt vervolgens wat hij op een bepaalde plek tegenkomt. Soms werkt hij in een hotelbed, soms in een lobby of café. “Mijn studio gaat waar ik ga.”
Dat verklaart ook meteen waarom deze samenwerking zo logisch voelt.
Wat gebeurt er achter de hoteldeur
McGregor had al iets met hotels voordat Lacoste hem benaderde. Hij heeft er gewerkt, geslapen, getekend en vooral goed om zich heen gekeken. Roomservice is daarbij een terugkerend onderdeel. Hij bestelt het vaak, maar heeft minstens zoveel interesse in wat er daarna op de gang achterblijft. “Ik maak altijd foto's van de dienbladen die buiten hotelkamers staan te wachten om opgehaald te worden.” Hij vindt die halflege, rommelige versie interessanter dan het moment waarop de ober met een perfect gedekte tafel de kamer binnenkomt. “Het is een soort afterparty.”
Op zo'n dienblad ziet hij soms een duidelijke aanwijzing: een paar lege bierflesjes, champagne, een overgebleven burger. Maar vaak genoeg is helemaal niet duidelijk wat er zich in die kamer heeft afgespeeld. En juist dat vindt hij interessant. Wie zit er achter die deur? Wat hebben ze besteld? Waarom?
“Misschien zat er een stel, misschien iemand alleen. Misschien was het een lange nacht. Misschien was het gewoon een burger om twee uur 's nachts.” Hij vergelijkt het met wanneer je op vakantie ergens zit te eten en een gesprek van een ander tafeltje opvangt. Je kent die mensen niet, maar toch begin je je af te vragen waar ze vandaan komen, wat ze hier doen en wat voor mensen het zijn. “Je verzint er eigenlijk gewoon verhalen omheen. Ik denk dat het ook iets kinderlijks heeft: je voorstellen hoe het leven van andere mensen eruitziet.”
Die manier van fantaseren zie je ook terug in zijn werk. McGregor stopte als tiener met kunst maken en pakte het pas jaren later weer op. Zijn stijl werd daarbij juist eenvoudiger en losser. Hoe meer hij had geleerd, hoe meer hij uiteindelijk weer terug wilde naar iets simpels en onbevangens.
Hij noemt Picasso als voorbeeld: “Het kost je een leven om weer als een kind te leren schilderen,” Volgens McGregor maakte Picasso dat soort werk pas in zijn zeventiger en tachtiger jaren. “Ik doe het nu al, in mijn vroege veertiger jaren.” Misschien is McGregor er dus gewoon wat vroeg bij.
Wat nog miste was een badjas
Toen Lacoste hem benaderde, had McGregor net voor het eerst in The Hoxton in Berlijn geslapen.
Hij was daar voor een tentoonstelling en was eigenlijk onverwacht bij het hotel terechtgekomen. “Ik had mijn vlucht gemist en bij het hotel waar ik had geboekt was mijn kamer niet meer beschikbaar.” Dus zocht hij snel iets anders in de buurt van de galerie. Dat werd The Hoxton.
Hij verbleef er twee nachten en merkte één ding op: er was geen badjas.
“En ik hou echt van een hotelbadjas.”
Een paar maanden later kwam Lacoste met het idee voor de samenwerking. Eén van de belangrijkste items was een badjas.
McGregor moest lachen toen hij het hoorde. “Ik dacht: dit is allemaal op de een of andere manier kosmisch met elkaar verbonden.”
In een hotel mag ineens alles
“Een hotel is een soort andere wereld,” zegt McGregor. “Je kunt er even iemand anders zijn. Je kunt midden op de dag roomservice bestellen, een zonnebril binnen dragen of gewoon uren op je kamer blijven zonder dat iemand zich afvraagt waarom.”
Dat laatste vindt hij misschien nog wel het belangrijkst.
We hebben nogal de neiging om vakanties vol te proppen. Museum hier, restaurant daar, nog even die ene wijk bekijken. Volgens McGregor hoeft dat helemaal niet.
“Als het regent en je hebt geen zin om iets te bezoeken: blijf lekker in je kamer. Trek de badjas aan. Zet een film op. Lees een boek. Ga tekenen. Je hoeft je vakantie niet altijd te maximaliseren door dingen te gaan bekijken,” zegt hij. Soms is het juist lekker om niets te doen.
Een kledingstuk bestellen via roomservice klinkt in eerste instantie nogal overdreven. Maar juist dat vindt McGregor er leuk aan. Op vakantie gelden nu eenmaal andere regels. “Je bent even met Monopoly-geld aan het spelen,” vertelt hij. Je bestelt een burger, een fles wijn en ineens ook een badjas en pyjama. Dingen waar je thuis misschien nog even over nadenkt, bestel je op vakantie gewoon.
Zelf heeft hij nog nooit kleding via roomservice besteld, maar hij heeft het de afgelopen weken wel zien gebeuren. “Je zou dit normaal misschien niet doen. Maar fuck it.”
Een omelet, een burger en een Negroni
McGregor heeft ondertussen ook precies bedacht wat je tijdens zo'n verblijf moet bestellen.
's Ochtends: een omelet, veel koffie en een fles Sancerre. Midden in de nacht: een burger. En als het twee uur is en je nog wakker bent, een club sandwich met een Negroni. Toevallig zijn het ook precies de klassiekers die op het speciale roomservicemenu van The Hoxton staan.
Die Negroni is trouwens niet willekeurig gekozen. McGregor gebruikt het drankje als een soort test wanneer hij voor het eerst ergens komt. “Ik beoordeel een bar meestal op zijn Negroni.” Als die goed is, is er volgens hem een redelijke kans dat de rest van de kaart ook deugt.
De fascinatie voor dat soort kleine hotelrituelen loopt als een rode draad door zijn werk. Eerder maakte hij al een boek met zo'n 150 tekeningen op hotelbriefpapier en voor een tentoonstelling in New York werkte hij met restaurantmenu's die hij al tientallen jaren verzamelt.
Wat hem daarin interesseert, zijn vooral de herinneringen. “Een oud menu, een vliegticket of een vel hotelpapier kan je ineens ergens anders naartoe brengen.” Hij vindt soms oude menukaarten op rommelmarkten van restaurants waar zijn grootouders ooit kwamen. “Ik ben er zelf nooit geweest, maar toch voelt het als een stukje familiegeschiedenis.”
Dat soort dingen verdwijnen langzaam. Veel van wat we vroeger fysiek kregen – tickets, bonnetjes, menukaarten – bestaat inmiddels digitaal. “Je kunt met die dingen een soort gezamenlijk geheugen aanspreken,” zegt McGregor. Juist daarom blijft hij ze verzamelen en verwerken in zijn werk.
McGregor’s collectie is verkrijgbaar in de negentien Hoxton-hotels wereldwijd, in uniseks maten XS tot XL, vanaf € 95. En ja: je moet er dus daadwerkelijk slapen om hem te kunnen kopen.







