Gershwin Bonevacia is een meester in taal. Hij was van 2019 tot 2022 stadsdichter van Amsterdam en maakt naast tekst ook muziek en theater. Dit jaar won hij als jongste en eerste Caribische man de Gouden Ganzenveer, een literaire prijs voor iemand die uitblinkt in taal. Dit zijn de 7 boeken die je volgens Bonevacia absoluut moet lezen.
Pimp: The Story of My Life — Iceberg Slim
Een hard boek, en dat moet het ook zijn. Iceberg Slim vertelt over een leven van manipulatie, seks en ego, en hij schrijft er geen glans overheen. Hij ontleedt zijn eigen tactieken bijna klinisch: hoe je iemands zwakte vindt en die gebruikt, hoe ego een wapen kan zijn en tegelijk de reden dat je jezelf kwijtraakt. De taal is net zo hard als het verhaal: taal die zo precies en ritmisch op papier staat dat elke zin voelt als een zet in een spel. Het is geen boek dat je bewondert, het is er een dat je met open ogen leest en dat je iets laat zien over macht dat je liever niet had willen weten.
The Demon-Haunted World — Carl Sagan
Als kind wilde ik astronaut worden. Dat gevoel, dat de ruimte iets was om naar te verlangen, niet om bang voor te zijn, is precies wat dit boek weer wakker maakte. Sagan zet de gebieden van je verbeelding in gang. Hij pleit voor twijfel en verwondering tegelijk: blijf vragen stellen, maar verlies de betovering niet. Nieuwsgierigheid is een vorm van respect voor de wereld, en dit boek herinnerde me eraan dat die jongen die astronaut wilde worden nooit echt is weggegaan.
Dubbelspel — Frank Martinus Arion
Arion schreef over een Curaçaos landschap alsof het een personage was: de wind, het dominotafeltje, de mannen die veel te veel op het spel zetten. Hij is een van de belangrijkste stemmen in de Nederlandse literatuur, en toch moet ik hem nog steeds aan mensen uitleggen.
The Tanning of America — Steve Stoute
Dit boek liet me zien hoe cultuur werkt van onderaf: hoe een muziekvorm die niemand serieus nam de smaak van een heel land ging bepalen. Het gaat over hiphop, maar eigenlijk gaat het over impact, en over wie bepaalt wat normaal is. Ik lees het als een handleiding voor iedereen die van de marge komt en niet van plan is daar te blijven.
Collective Amnesia — Koleka Putuma
Als dichter moest er natuurlijk ook poëzie in deze lijst staan. In 2017 ontmoette ik Koleka, een Zuid-Afrikaanse dichteres, en haar werk liet me meteen niet meer los. Putuma schrijft over herinnering, over het lichaam, over wat een land collectief besluit te vergeten, en ze doet dat met een stem die je niet kunt wegleggen. Ze herinnerde me eraan dat een gedicht ook een aanklacht en een gebed tegelijk kan zijn.
Jaguarman — Raoul de Jong
Kwetsbaar als mens, en tegelijk spiritueel: het besef dat we onderdeel zijn van iets groters en diepers. Iets van lang geleden, maar net zo goed iets van nu. Raoul gaat op zoek naar zijn vader en vindt een hele geschiedenis die met hem meeloopt. Ik herkende daar veel in, ook de zoektocht zelf.
Killing Pablo: The Hunt for the World's Greatest Outlaw — Mark Bowden
Toen ik op Zuid (Rotterdam) woonde, droomden we soms gekscherend dat we de grootste drugsdealers van de wereld zouden worden. Geld en status, dat was volgens mij en mijn vrienden waar het allemaal om ging. Maar na het lezen van dit boek wist ik het zeker: ik kan maar beter een dichter worden, haha. Bowden schrijft over een rijkdom die verdampt en een prijs die blijft hangen, in lege stoelen aan een tafel, in kinderen die opgroeien met een naam als litteken. Wat wint, wint nooit lang. Wat verliest, verliest voorgoed.






