Broers Ed en Tom Russell van Overmono zitten onderuitgezakt op de bank in hun kleedkamer, backstage op festival Down The Rabbit Hole bij Nijmegen. Over tweeënhalf uur mogen ze het podium op - de tent zal uit zijn voegen blijken te barsten. Tot ver erbuiten staan groepen vrienden te dansen. De hype rond het dj-duo was al huge ver voordat ze hun eerste album Good Lies uitbrachten en is nooit gaan liggen, getuige de vele mensen die op deze festivalshow zijn afgekomen.
Dat debuut van drie jaar terug bevestigde - na clubhits So U Kno en Is U - hun reputatie als veelbelovende verse dance-act. Door pers en fans werd het gezien als een van de beste clubplaten van het jaar. Naar opvolger Pure Devotion, uit op 7 augustus, wordt dus ook reikhalzend uitgekeken. Eind september gaan ze ermee op wereldtour, op 11 november strijken ze neer in de Amsterdamse Gashouder.
Wie denkt dat de mannen het in de nieuwe muziek op safe spelen zit ernaast. Ed en Tom zijn zelfs volop aan het experimenteren geslagen. Ze namen vocalen op door oude speakers in een kelder en lieten hun synths afspelen via een treinomroepsysteem uit de jaren 30. Daarbovenop gebruikten ze een oude op de kop getikte audiomixer en bakten ze hun bekkens met koffiedik, chips en azijn in de oven - naar recept van producer Sylvia Massy, die onder meer werkte met Tool en Red Hot Chili Peppers, om drums donkerder en warmer te laten klinken.
Overmono wordt volop vergeleken met andere danceduo’s: Disclosure, Bicep, Orbital en The Chemical Brothers (overigens heten die laatste eveneens Ed en Tom, maar dat terzijde). Maar waar menig collega nog weleens de oversteek wil maken naar de commerciële kant, hebben we Overmono nog niet kunnen betrappen op een voor de radio gemaakte track.
Hebben jullie dat wel overwogen voor deze tweede plaat? Of is commercie in de wereld van Overmono überhaupt geen optie?
Tom: “Commerciële muziek is niet ons ding. Zo simpel is het: we maken wat wij zelf leuk vinden en dat is geen muziek voor de radio. Maar wie weet waar onze inspiratiebronnen over een paar jaar vandaan komen.”
Ed: “Ook dan denk ik dat we eerder met futuristische free jazz komen dan met een commerciële plaat. Er zijn vast EDM-dj’s (electronic dance music, red.) die óprecht gepassioneerd zijn over het genre, maar er zijn er ook veel die die muziek vooral maken uit zakelijk oogpunt.”
Geeft het succes van het debuut druk voor deze opvolger?
Tom: “We hebben de neiging ons van dingen als reviews af te schermen. Dat de eerste plaat goed werd ontvangen merkten we vooral aan het feit dat we in steeds grotere zalen mochten spelen. Als we focussen op wat de pers van een plaat vindt, zijn we waarschijnlijk te veel bezig met dat oordeel willen overtreffen.”
Lezen jullie écht nooit een recensie?
Ed: “Nee, nooit. Ik zou niet weten hoe dat een positief effect op onze muziek kan hebben.” Tom: “Zelfs niet als de recensie lovend is. Wanneer een lied de hemel in wordt geprezen, zijn we misschien geneigd een soort nieuwe versie van die track te maken. Met die mindset willen we niet de studio ingaan.”
Wanneer weten jullie dat een lied of album af is?
Tom: “Ik wou dat ik dat wist. Het kan fucking ages duren voor we besluiten dat iets klaar is. Van een van de songs op de nieuwe plaat hebben we 84 versies - een nieuw persoonlijk record. We zijn uiteindelijk voor nummer 83 gegaan.”
Ed: “Soms moet je één stap te ver gaan om te zien dat de stap daarvoor de beste was, haha.”
Dat zegt veel over de experimenteerdrift op Pure Devotion.
Tom: “Ed en ik waren allebei veel aan het lezen over opnametechnieken uit de jaren 70 en 80, een tijd waarin veel producers en artiesten muzikale grenzen verlegden. We zagen er een bepaalde vrijheid in. Zo ontstond het idee om het album te produceren op een manier waarop een band uit die tijd dat zou kunnen doen. De bekkens meer nadruk geven door ze eerst in de oven te bakken, de vocalen meer karakter geven door ze op te nemen via een oude speaker.”
Die oven-baked bekkens zijn naar een idee van producer Sylvia Massy, uit haar boek Recording Unhinged. Wanneer dachten jullie: dát willen we proberen?
Ed: “Ongeveer anderhalf uur na het lezen van het boek. Toen zaten we al in de auto om tweedehands bekkens op de kop te tikken. Die hebben vervolgens twee dagen in de oven liggen sudderen met vooral veel azijn erop. We zijn grote fans van Sylvia’s werk en waren benieuwd of het daadwerkelijk effect zou hebben op de sound. Dat had het: it fucked it up completely. Het leek alsof de bekkens tot in de eeuwigheid door bleven vibreren. Uit dat aanzwellende geluid haalden we dan weer losse sounds. We wilden zélf een uniek geluid creëren in plaats van dat we het uit digitale muzieksoftware haalden.” Tom: “Het kan best zijn dat wij de enigen zijn die dat op het album terughoren, maar voor ons was het belangrijk.”
Was het moeilijk om dit alles goed te laten klinken?
Ed, lachend: “Niet moeilijker dan normaal.”
Tom: “Het was vooral een leuk proces. We worden heel blij als we dingen kunnen doen die we niet eerder hebben gedaan.”
Jullie gingen ook op twee ‘recording retreats’ naar Spanje en IJsland. Moeten jullie niet juist dansende menigtes en clubs opzoeken voor inspiratie?
Ed: “Voor ons is het eerder het tegenovergestelde. Voordat Tom en ik besloten samen Overmono te beginnen, maakten we een reisje naar een afgelegen cottage in Wales, waar we vandaan komen. We hadden er geen bereik, geen internet, wilden gewoon samen muziek maken en kijken wat er zou gebeuren. Tijdens die vijf dagen hebben we zóveel liedjes geschreven. We beseften: onszelf afsluiten van de buitenwereld helpt ons creatief te zijn. In de normale wereld ben je constant omringd door van álles dat afleidt.”
Waardoor raken jullie in die normale wereld geïnspireerd?
Ed: “Dat kan van alles zijn. Bijvoorbeeld wanneer we hier op het festival de soundcheck van de drums op een van de podia horen. Of het geluid van twee verschillende modellen handdrogers in een toiletruimte.”
Jullie schelen tien jaar. Leidt dat tot verschillende muzikale inspiratiebronnen?
Ed: “Vroeger wel, nu niet meer.”
Tom: “Onze muzieksmaak komt steeds meer overeen. Maar Ed heeft veel verstand van jungle en drum ‘n bass, terwijl ik meer weet van techno en italo disco. Dus we putten allebei uit eigen bronnen.” Ed: “Het is in elk geval lang geleden dat de een aankwam met een song en de ander zei: ‘Ik weet het niet, hoor.’”
Als broers is het vast makkelijk om eerlijk tegen elkaar te zijn wanneer jullie ergens verschillend over denken?
Tom: “We kunnen goed tegen elkaar zeggen dat we het ergens niet mee eens zijn zonder de ander te kwetsen. Ik denk niet dat Ed met iemand anders zo goed zou kunnen samenwerken. Hij is nogal megalomaan in het creatieve proces - dat zal ‘ie zelf meteen toegeven. Als hij iets in zijn hoofd heeft, laat hij dat niet meer los.”
Ed: lacht en knikt bevestigend.
Tom: “Ik laat hem met liefde zijn eigen ding doen en als ik ergens een sterke mening over heb, zeg ik dat. Bovendien maken zijn heldere visie en koppigheid de muziek beter. Maar als we geen broers waren, waren we denk ik allang niet meer bij elkaar geweest, haha.”







