Het Britse viertal Keo pakte het slim aan. Net als mede-Londenaren The Last Dinner Party, of rockgroep Hiqpy in ons eigen kikkerlandje, tourden ze onvermoeibaar terwijl er nog geen lied was uitgebracht. Dit jaar speelden ze alleen al in ons land acht keer, variërend van pop-upshows in kleine zaaltjes tot podia op Eurosonic Noorderslag en Lowlands.
Debuutsingle I Lied, Amber zag pas anderhalf jaar geleden het levenslicht, een paar maanden later gevolgd door een EP. Van volwaardig debuutalbum Put A Smile On For Me snelde single That’s Me vooruit, een bijtend nummer dat in no-time twee miljoen streams verzamelde. Dit album moet het gaan waarmaken voor deze begintwintigers.
Keo bestaat uit zanger en gitarist Finn Keogh (vandaar die bandnaam), zijn broer Conor op basgitaar, drummer Oli Spackman en gitarist Jimmy Lanwern. Daags voor release day brengen ze een bezoekje aan het Nederlandse hoofdkwartier van hun platenmaatschappij Universal en doen, nu ze er toch zijn, meteen wat interviews en optredens. Voor het gesprek schuiven Finn en Jimmy aan. Finn is deze maand 23 geworden, Jimmy is 22. Het oogt nog wat onwennig, al die vraaggesprekken met wildvreemden: Finn kijkt liever voor zich uit dan in de ogen van de journalist, Jimmy is wat stiller dan zijn bandmate. Maar de mannen weten goed wat ze willen en zijn naast uitgesproken ook confident over de muziek die ze de wereld in brengen. Finn: “Gisteren realiseerde ik me: het album komt nu echt bijna uit. Het leek altijd heel ver weg. Ik hou er niet van als ik ergens klaar voor ben en het dan nog lang duurt.”
Hoe voelt het om als jonge, relatief nieuwe band je debuutalbum uit te brengen?
Finn: “Als een opluchting. Ik heb het zelf geproduceerd, met Jimmy als co-producent. Daardoor waren er vanuit het label en ons management veel ogen op ons gericht. Zeker omdat de verwachtingen hoog liggen, er is veel buzz rondom onze band. Dat we ervoor kozen niet met een grote producer in een dure studio te werken freaked a lot of people out. Daardoor voerden ze de druk op, denk ik.”
Hoe gingen jullie daarmee om?
Finn: “Het was moeilijk om andermans verwachtingen los te laten. Als je een goeie plaat wilt maken, kun je niet bezig zijn met het feit dat iedereen die gaat horen. Dan ga je aan het punt voorbij. Je moet iets maken omdat je jezelf wilt uiten.”
Jimmy: “Ons beste werk ontstaat wanneer we onszelf wijsmaken dat niemand de songs ooit te horen krijgt. Dan volgen we ons instinct.”
Finn: “Ik moest mezelf dat wel wijsmaken, want ik zing nogal eerlijk over ex-partners en mijn familie.”
Hebben zij het album al gehoord?
Finn: “Ik heb het voor familie en vrienden gespeeld, en dat was eerlijk gezegd best moeilijk; voordat het zover was, had ik wat serieuze gesprekken te voeren. Ik treed liever niet in detail, maar sommige mensen zouden zichzelf direct hebben herkend in de teksten. Dat zou ongemakkelijk zijn geworden. Het gesprek met mijn familie was dat trouwens ook. Fucking awkward. Het is niet dat ik slecht over anderen praat, maar het zijn wel eerlijke lyrics.”
Over jezelf schrijf je anders ook behoorlijk eerlijk.
Finn: “Mijn teksten zijn tamelijk zelfrelativerend. Ik heb het meestal eerder op mezelf dan op anderen voorzien, tenzij iemand me echt boos heeft gemaakt. Ik ben geneigd mijn eigen fouten sneller te zien dan die van anderen.”
Het lied Loser is daar een goed voorbeeld van. In het refrein zing je: ‘I’ve let the bad voices in my head control. I’m such a loser, I’m best alone.’
Finn: “Ik geloof dat veel mensen om ons heen schrokken van die tekst. Daar schrok ik weer van, dat had ik niet verwacht. Na het beluisteren kreeg ik van meerdere personen de vraag: gaat het wel oké?”
Gaat het oké?
Finn: “Ik denk niet dat ik mezelf echt een loser vind, het gaat meer over hoe iemand anders me liet voelen. Overigens waren er meerdere mannen in mijn kring die dachten dat ik over hén zing, dat zij de loser zijn; dat zegt iets over hoezeer mensen zich in die tekst kunnen vinden.”
Zit die zelfreflectie van nature in je karakter of ben je er al schrijvende goed in geworden?
Finn: “Ik weet eigenlijk niet zo goed waarom ik zoveel aan zelfreflectie doe in mijn songs.”
Jimmy: “Write what you know, toch? Je schrijft over dingen waarvan je kennis hebt.”
Finn: “Ja, dat is het denk ik. En ik heb geen kennis over wat er in iemand anders omgaat. Ik kan mijn theorieën hebben - die persoon zit zo en zo in elkaar - maar je weet nooit echt of dat klopt, want je kunt het alleen vanuit je eigen perspectief bekijken. Ik vind het makkelijker om over mijn eigen tekortkomingen te schrijven. Ben Howard en Radiohead-zanger Thom Yorke kunnen dat ook heel goed, twee grote inspiratiebronnen.”
Keo wordt als band vooral vaak vergeleken met Wunderhorse. Is het frustrerend dat die naam zo vaak valt als het over jullie gaat?
Finn: “Ja, dat is frustrerend. Een paar jaar geleden was ik geobsedeerd door ze: het is een fucking goeie band. Met hun sound hebben ze deuren voor ons geopend, zonder hen waren we hier misschien niet geweest. Maar Wunderhorse wordt geïnspireerd door dezelfde muziekstroming die ons inspireert: de grunge-scene uit de jaren 90.”
Jimmy: “En jouw obsessie kwam voort uit het feit dat zij met succes de muziek maakten die jij ook wilde maken, toch? Een soort bevestiging van je ambities.”
Finn: “Ik wist niet zo goed of onze grunge-sound anno nu zou werken. Toen ik Wunderhorse voor het eerst zag spelen in een zaaltje voor honderd man publiek, met die onmetelijke energie van ze, wist ik: het is mogelijk. Het voelde tegelijk als nieuw én als mijn favoriete bands van vroeger: Pearl Jam, Nirvana. Ach, de vergelijkingen hebben een dikke huid gekweekt. Wat moet ik doen, stoppen met liedjes schrijven? Een ander instrument bespelen? Nee, dit is wat ik wil doen, dit is hoe we willen klinken.”
Er zijn momenteel veel rockbands met een flinke dosis buzz eromheen: naast jullie en Wunderhorse onder meer Fontaines D.C., Geese en Radio Free Alice. Hebben jullie de indruk dat rock aan een comeback bezig is?
Finn: “Ik vind Geese wel in een heel andere league spelen. Cameron Winter (frontman, red.) is echt een genie. Ik denk dat mensen door hem voor het eerst in lange tijd beseffen dat ook jonge muzikanten een bijzonder kaliber artiest kunnen zijn, zoals dat van Bob Dylan en Joni Mitchell in hun jonge jaren ook werd gezien. Maar dat terzijde - een crazy statement dit, haha. Ik denk dat rock nooit echt weg is geweest. Het wordt wel weer populairder, en ja, ik geloof dat dat in de komende jaren verder toe zal nemen.”
Jimmy: “Ik denk dat rock meer op de radar komt omdat veel mensen een beetje klaar zijn met songs die overgeproduceerd of hyperbewerkt voelen, zijn ontstaan vanuit TikTok-trends of AI. Mensen hebben behoefte aan connectie. Met echte, eerlijke muziek.”







