Muziek

Hoop, daar draait het om voor Ezra Collective: 'Zolang je adem in je longen hebt, is er een kans dat morgen beter wordt'

Londense jazz-groep Ezra Collective staat op veel grotere podia dan ze ooit hadden gedacht, maar geïntimideerd zijn de vijf bandleden niet. 'Als ik achter me kijk en de andere jongens zie, voel ik me bulletproof.'

Foto: Aliyah Otchere

Een paar dagen voor de release van hun vierde album zit Ezra Collective volop in promo-modus. Per bus komen ze ’s ochtends aan in Amsterdam voor een dag vol interviews en een release party, gisteren waren ze nog in Berlijn. Saxofonist James Mollison heeft nauwelijks geslapen aan boord, vertelt hij bij aanvang van het interview. Het is niet aan hem te merken. En denk al helemáál niet dat hij erover klaagt. De groep is juist extreem dankbaar om dit te mogen doen, zo blijkt meermaals tijdens het gesprek.

De band vond zijn oorsprong in educatief jazz-programma Tomorrow's Warriors, dat jonge muzikanten helpt zichzelf te ontwikkelen. Dat was in 2012. Een eerste EP volgde in 2016, maar vooral na corona ging het hard. In 2023 wonnen ze - als eerste jazz-act ooit - een Mercury Prize voor tweede plaat Where I’m Meant To Be. Vorig album Dance, No One's Watching uit 2024 leverde naast hun twee grootste hits (God Gave Me Feet For Dancing en No One's Watching Me met Olivia Dean) ook hun eerste top 10-notering in het Verenigd Koninkrijk op. In 2025 wonnen ze een BRIT Award voor Group of the Year. Ook dat was niet eerder door een jazzband geflikt.

Het vijftal maakt instrumentale muziek, af en toe bijgestaan door gastzanger(e)s(sen). Dansbaarheid is, zoals bovenstaande titels weggeven, een belangrijke factor. Maar op de felbegeerde nieuwe zoekt de groep meer dan voorheen de emotie op. Here Because Of Hope is een persoonlijke plaat die de reis van zwarte muziek volgt. Van West-Afrika via het Caribisch gebied naar de straten van Londen, de thuisstad van de vijf bandleden: naast Mollison broers Femi en TJ Koleoso (respectievelijk op drums en basgitaar), Ife Ogunjobi (trompet) en Joe Armon-Jones (toetsen). De eerste drie schuiven aan voor het interview.

Hoe zijn jullie veranderd - als mens, als muzikant - sinds die begindagen?

TJ: “Ik ben de kunsten belangrijker gaan vinden dan toen ik met muziek begon. Destijds dacht ik: ik wil niet te artsy zijn, ik wil gewoon lekker spelen en lol hebben. Steeds meer zag ik in hoe onmisbaar kunst voor mensen is - het brengt ze in beweging, helpt in moeilijke tijden. En toch is het ’t eerste wat overheden wereldwijd weg bezuinigen.”

James: “Door de jaren heen zijn mijn ambities gegroeid. In de begindagen speelden we in pubs en ik dacht eerlijk gezegd niet dat het groter zou worden dan dat. Toen we in 2018 in de Londense concertzaal KOKO stonden besefte ik voor het eerst: er zit veel meer in het vat. Maar toen ik jaren later van Femi hoorde dat we in Wembley zouden spelen dacht ik alsnog: waar heb je het over?”

Femi: “Op Glastonbury 2019 vroeg ik me van tevoren af of mensen wel zouden komen opdagen. Toen ik het publiek zag draaide ik me om naar TJ: ‘Oh my days, bruv.’ Maar we waren niet geïntimideerd. We waren enthousiast en zelfverzekerd."

Zijn er nooit zenuwen voor een show?

Femi: “Als ik achter me kijk wanneer ik het podium oploop en de andere jongens zie, voel ik me bulletproof. Dan draag ik de collective confidence van de hele groep bij me.”

TJ: “Vorig jaar speelden we op We Love Green Festival in Parijs. Wij stonden vóór Charli XCX geprogrammeerd. Mind you: dit was op de piek van haar populariteit, na het megasucces van Brat. De eerste rijen bestonden volledig uit Charli-fans die al klaarstonden. En ze had een grote catwalk, die hebben wij zelf nooit. Toen ik opkwam - ik weet nog steeds niet wat er in me voer - liep ik linea recta met mijn gitaar tot helemaal vooraan die catwalk.”

Femi: “Kun je je voorstellen hoe dat voor mij is, als drummer? Dat je je bassist ineens honderd meter verder ziet lopen, gewoon om de toeschouwers effe te laten weten dat we heus niet bang zijn?”

TJ: “Ik noem Femi weleens de waakhond van de band. Hij beschermt al wat heilig is en is heel begaan met alle anderen binnen band en crew.”

Femi: “Ik ben iemand die iedereen tevreden wil houden. Door de anderen ben ik dat steeds meer gaan inzien.”

Foto: Sergio Pontier

Is het weleens moeilijk om iedereen tevreden te houden als je muziek maakt met zijn vijven? Plus collega-muzikanten in de studio, label en fans?

Femi: “Het muzikanten-antwoord is: het kan me niet schelen wat andere mensen vinden. Maar het eerlijke antwoord is dat het me wel kan schelen. Ik moet een gezonde balans vinden tussen wat ik wil, wat we willen als collectief en wat de luisteraar wil. Daarbij zet je in verschillende gesprekken verschillende petten op. In de studio praten we niet over het willen scoren van een top 10-album: daar gaat het niet om. De platenmaatschappij praat daar wel over, en dat is logisch, want daar zijn ze voor. Dat kun je als druk zien, maar ik zie het als een blessing dat we dat gesprek überhaupt voeren.”

Staan jullie voldoende stil bij die blessings?

TJ: “Te weinig, als ik eerlijk ben. Maar door mijn zoontje van bijna twee lukt dat meer. Hij vindt onze muziek leuk en kijkt graag naar onze optredens: ‘Uncle Daddy’ noemt-ie ons, want papa en oom Femi zitten beiden in de groep. Ik kijk onze shows zelf liever niet terug - dan word ik te kritisch op mijn eigen spel - maar nu doe ik het dus noodgedwongen en dat zorgt geregeld voor het besef: hé, dit was echt heel vet. Zelfs bij momenten die ik me nauwelijks herinner.” James: “Ik kijk bij nieuwe hoogtepunten vooral vaak naar de rest met een blik van: dit loopt uit de hand. Maar ik zit nooit eens lekker onder een boom mijn recente herinneringen te overpeinzen.”

Femi: “Ik loop veel en lang hard. In die rensessies verwerk ik - als ik niet in mijn hoofd de setlist voor een optreden aan het samenstellen ben - wat we allemaal meemaken. Ik ben ook christelijk en bid veel om God te bedanken. Niet alleen voor het succes, ook voor mijn mede-bandleden en de mensen die ons al jaren supporten. Geloof me: ik zal God zelfs bedanken voor dit moment. Het idee dat ik op een plek die ik nauwelijks ken geïnterviewd word over een groep die we als jongeren hebben opgezet neem ik geen moment voor lief.”

De nieuwe plaat onderzoekt hoe zwarte muziek, vaak ontstaan vanuit oppressie, toch zo vreugdevol klinkt. De titel levert het antwoord: hoop.

TJ: “Ja, maar we zeggen bewust ‘Here because of hope’, en niet: ‘Black people are here because of hope.’ We zijn hier allemáál vanwege hoop.”

Femi: “Het is geen documentatie van zwarte mensen; enkel van de zwarte mensen van wie wij afstammen. TJ, Ife en ik hebben Nigeriaanse roots, James Caribische. Op de plaat hoor je duidelijk Afrikaanse en Caribische invloeden terug, zoals highlife- en soca-muziek. En je hoort Londen, waar wij allen vandaan komen en al die invloeden samensmelten.”

TJ: “Op de intro hoor je een voordracht van actrice Letitia Wright (onder meer bekend van de Black Panther-films, red.). Zij zegt daarin: ‘I feel pressed, but not crushed.’ Dat improviseerde ze in de studio, het is een zin uit de Bijbel. Die zin doet me denken aan een ander kerkelijk gezegde: if you’re not dead, then God’s not done. Zolang je adem in je longen hebt, is er een kans dat morgen beter wordt. Een prachtig gegeven. Ik geloof dat iedereen op aarde een belangrijk doel dient. Daarvoor hoef je niet op een podium te staan. De meeste mensen krijgen helemaal geen applaus voor het moois wat ze doen.”

Here Because Of Hope is nu te beluisteren. Je leest onze recensie hier. Op 20 februari 2027 staat Ezra Collective in Afas Live in Amsterdam.

Meer zoals dit