Phoebe Bridgers, Lost Weekend. Aantal sterren: ★★★★★ (vijf)
Een openingscouplet met een door vocoder doordrenkte stem dat je toch meteen bij de strot grijpt: bij het opzetten van Lost Weekend weet je meteen dat je aan iets bijzonders begint. Dat moest haast wel, want het is de eerste soloplaat van Phoebe Bridgers in zes jaar. Daartussenin had ze succes met haar band boygenius, die ze vormde met mede-singer-songwriters Lucy Dacus en Julien Baker, maar ook van hen als trio hadden we al twee jaar niks gehoord.
Lost Weekend is de opvolger van Punisher uit 2020, dat net als Bridgers’ debuutplaat Stranger In The Alps louter lofzangen van de pers ontving. Net als haar werk met boygenius overigens. De druk moet hoog hebben gelegen, maar Lost Weekend lost de verwachtingen makkelijk in. Er staat simpelweg geen tegenvallend nummer tussen de zestien tracks.
Eerste single Lost Boys is opvallend genoeg een van de minder beklijvende tracks. Met zijn volle productie en aanstekelijke refrein is het lied een logische keus om naar de radio en streamingdiensten te verschepen, maar het is meer rechttoe-rechtaan dan de rest van het album. Dat is namelijk niet alleen opvallend ingetogen, maar ook opvallend experimenteel, met lange stukken waarin Bridgers niet zingt, momenten van verstilling en dan juist plotse uitbarstingen, spookachtige koortjes en momenten waarop de gitaar wijkt voor synthesizers.
Verliefdheid en rouw
Bridgers heeft een boel te verwerken op Lost Weekend. Om te beginnen het overlijden van haar vader, met wie ze een moeizame relatie had en die haar moeder naar verluidt mishandelde. In de jaren voor zijn dood kwamen Bridgers en haar pa nader tot elkaar. Op Never Going Back! duikt hij zelf op in de vorm van een voicemail - “I know you’re busy, being a rockstar takes up a lot of your time” - die des te harder binnenkomt. Net als de teksten. Vooral in Still Standing arriveren die als een vuist in de maag. Over het huiselijk geweld: “I found her bleeding over the sink / But when you said sorry, you were looking at me.” Ook het eind van het lied is een mokerslag: “I can’t imagine you dead, but you are every day / Thank you for everything.”
Other Plans zou eveneens over die vader-dochterrelatie kunnen gaan, maar het kan ook een lied over een verloren liefde zijn. “I was gonna show you colors you had never seen, and leave you alone / but our love had other plans for us.” (Oké, één kritiekpunt dan: deze prachtige ballad duurt te kort.)
Het is juist een nieuwe liefde die eveneens een belangrijk thema vormt op de plaat. Bridgers is sinds enkele jaren gelukkig met komiek Bo Burnham, die ook meeschreef aan verschillende songs en achtergrondzang voor zijn rekening neemt. Het nummer Bobby gaat het meest expliciet over hem. Burnham is niet de enige bekende persoon die meewerkte aan Lost Weekend. Onder meer muzikanten Jack Antonoff en Alex G tekenden voor de productie, Stranger Things-actrice en zangeres Maya Hawke pende lyrics en Bridgers’ boygenius-collega’s werkten aan verschillende songs mee. En hoewel de naam op de albumcredits Son-John Johnson luidt, is het overduidelijk Cameron Winter die we horen op de prachtige songs Kill Me en I Can’t Wait. De frontman van rockhype Geese, dé New Yorkse band van het moment, heeft nogal een herkenbare stem. (Winter zelf bevestigt vooralsnog niks.)
De uitsmijter van de plaat komt net zo binnen als de opener. Daarop snijdt Bridgers, die bekendstaat om haar politieke uitgesprokenheid, op de valreep nog even de Amerikaanse overheid aan met een snijdende passage die lijkt te verwijzen naar immigratiedienst ICE: “The government isn’t trying to kill you, they just don’t care if they kill you.” Op de achtergrond horen we het geblaf van politiehonden. Bridgers heeft veel te vertellen en veel onderwerpen aan te snijden op Lost Weekend - des te knapper dat het album zo als één geheel klinkt.
Katseye, Wild. Aantal sterren: ★★ (twee)
Voor wie Katseye niet kent kunnen we ze in één zin samenvatten: Gen Z-girlgroup met spectaculaire choreografieën en songs die je óf haat óf geweldig vindt. Katseye ontstond vanuit YouTube-talentenjacht Dream Academy, waarin jonge vrouwen streden om een plekje in een popgroep. Zes gelukkige winnaars kwamen daaruit voort. Van wie er momenteel overigens twee thuis zitten met mentale gezondheidsproblemen. Dat zegt veel over het uitputtende schema dat de jonge meiden hebben gevolgd sinds hun winst. Want na die talentenjacht, op zichzelf al uitputtend, begon het natuurlijk pas.
Eerst was daar Netflix-docuserie Pop Star Academy: Katseye, waarin we hen keihard zagen zwoegen om één unit te worden. Hun debuutsingle uit 2024 heette heel toepasselijk Debut en sindsdien vliegen de liedjes ons om de oren. Aan volwaardige albums doet Katseye nog niet, de songs worden vooralsnog verzameld op EP’s. Wild is hun derde.
De twee singles die we ervan kregen zijn op zijn zachtst gezegd tegenstrijdig. Aan de ene kant was daar Pinky Up: een hyperactieve plaat die het midden houdt tussen Joost Klein, Vengaboys, Blackpink en hun eigen Gnarly. Aan de andere kant hadden we Animal, een lied dat werkelijk van iederéén had kunnen zijn en dat klinkt alsof het in 2014 uitkwam. De eigenzinnigheid die we op zoveel andere singles hoorden? Nergens te bekennen. Maar ja, hun andere meest op safe gespeelde song - Gabriela - werd mooi wel hun grootste hit tot nu toe. Het is goed mogelijk dat de meiden zoveel mogelijk tegen de muur gooien om te kijken wat er blijft plakken.
Hoewel, zoveel mogelijk… de EP’s bestaan elk uit welgeteld vijf nummers. Dat zijn er te weinig, zéker als de songs niet sterk zijn. En dat geldt helaas voor de songs op Wild.
Eerst is daar nog het veelbelovende Hootie Frutti. Een knotsgek lied dat simpelweg werkt, net als Gnarly dat deed: een hit die enorm wisselende kritieken kreeg, maar wat mij betreft juist een van hun sterkste songs is. Ja, de tekst slaat nergens op, dat weet Katseye zelf heus ook wel, maar ze ownen die onzinnigheid van begin tot eind. Hootie Frutti doet dat dunnetjes over. Wat zou het heerlijk zijn als Katseye alle remmen liet varen en die zelfbewuste dommigheid volledig zou omarmen. In plaats daarvan zijn ze op track vier en vijf gegaan voor compleet oninteressante songs. Bel Air heeft een irritant refrein en een nog irritantere productie, met snorrende synths en een drumritme die nog het meest weghebben van een draaiorgel. En That Way is standaard r&b die klinkt als een afgewezen Ariana Grande-track uit het begin van haar carrière. Het lied lijkt vooral te mikken op oneliners in de lyrics die het goed kunnen doen op TikTok.
Beide songs waren prima te verstouwen geweest op een album met minstens het dubbele aantal tracks. Nu is Wild als geheel te zwak. Voordeel van vijf songs: als precies twee van de vijf voltreffers zijn, maakt dat het aantal sterren heel makkelijk.







