Muziek

Postume Prince-plaat raakt alleen in live-track, Alex Warren verliest zichzelf in bombast

Beeldbewerking door Arthur Baker

Prince 'Timeless' Aantal sterren: ★★★

Tien jaar is hij inmiddels overleden, poplegende Prince. En zoals dat tegenwoordig vaak gaat, getuige ook de vijf jaar geleden verschenen Prince-plaat Welcome 2 America, gaat zo’n herdenkingsjaar gepaard met niet eerder (officieel) uitgebrachte muziek. Muziek waarvan het vaak onduidelijk is of de artiest in kwestie wilde dat die ooit het daglicht zou zien. In het geval van Prince bewaarde hij de songs in de befaamde Vault, een kluis op zijn landgoed. Voor zijn dood hintte hij er in interviews op dat hij heus wist dat ze ooit uit zouden komen, om daar schouderophalend aan toe te voegen dat hij er dan toch niet meer was. Maar hij schijnt óók ooit gezegd te hebben dat hij alles in de kluis wilde verbranden. En liet zich ontvallen dat veel materiaal onafgemaakt was.

Dat materiaal staat nu dus op Timeless. Althans: tien tracks. In chronologische volgorde: openingstrack I Am You stamt uit 1977 (en dat hoor je, in a good way), de afsluiter is een liveversie van How Come U Don’t Call Me Anymore uit 2016, niet lang voor zijn dood. Doordat alle songs uit een ander tijdvak komen, klinkt Timeless als een muzikale lappendeken. We gaan van funky danstunes naar stevige gitaren en van dramatische ballads naar feestelijke rap. Hoeft niet erg te zijn op zo’n postuum album, maar het luistert óók niet weg als een greatest hits-cd. Daarvoor is het, in vergelijking met wat we van Prince kennen, simpelweg niet goed genoeg.

En dat roept toch weer de vraag op in hoeverre deze opnames voor onze oren bedoeld waren. Maar ach, we luisteren toch; kijk naar de megahit die Michael Jackson na zijn dood nog scoorde met Love Never Felt So Good. Alleen op die live-track aan het eind komt Prince écht dichtbij. Hij legt er zijn ziel en zaligheid in, slechts een dikke maand voordat hij zou overlijden. Op andere momenten horen we zeker flarden van Princes genialiteit - en over het algemeen klinken veel songs ook gewoon prima - maar enkel van die laatste weten we dat het lied daadwerkelijk voor toeschouwers bestemd was.

Alex Warren 'Wildchild' Aantal sterren: ★★

Die twee sterren hierboven, Alex Warren zal er niet van wakker liggen. Zet de Nederlandse radio aan en hij is niet te missen. Met Ordinary scoorde hij een internationale megahit, in ons land kwam-ie met Fever Dream wederom bovenaan. En tel daar nog maar een aantal chartsuccessen bij op.

25 is hij, deze Amerikaan die begon als YouTuber-slash-TikTokker en toen een dijk van een stem bleek te hebben. Na een achteloos geplaatst zangfilmpje volgde een voortvarende carrière, vandaag bekroond met een tweede album. Hij zingt bovendien niet over futiliteiten, want Warren verloor beide ouders, en daar gaat deze plaat - met onder meer audiobites uit familiefilmpjes - over. Al is er ook ruimte voor geluk, want bijvoorbeeld dat genoemde Fever Dream gaat over zijn vrouw.

De overeenkomst tussen de droevige en de vrolijke liedjes is helaas dat Warrens songs in het beste geval onopvallend zijn en in het slechtste stomvervelend. Ze staan bol van de irritante koortjes, lompe drums en raspende uithalen. De plaat begint al direct met veilig Ed Sheeran-esque radiovoer, maar track vijf - Cry Wolf - is echt verschrikkelijk. Gekmakend gestamp en geschreeuw, dat later op meerdere plekken terugkeert. Aan het begin van Fine Place To Die, direct erna, horen we hoe Warren óók kan klinken. Een piano, zijn stem, een pakkende melodie. Daarna kicken violen, drums en achtergrondkoor in. Hier geen moment too much, maar gedoseerd en goed. Het is samen met slot- en titeltrack Wildchild met afstand het mooiste lied op het album. Mooi detail: op die laatste horen we John Mayer, van wie Warrens vader fan was, op elektrische gitaar. Vooruit: Fever Dream is met enige goodwill ook te pruimen, het behaalde heus niet zomaar die nummer één-positie, met zijn catchy melodie en opgewekte verliefde sound. Maar op het gros van de dertien liedjes alhier vliegt deze man, die nochtans over onderwerpen zingt die voor heel veel mensen enorm betekenisvol zijn, uit de bocht. Met al die instrumenten en tevens met zijn stem. Warren wordt vaak vergeleken met Hozier - en zeker in Ordinary hoor je inderdaad de invloed van diens Take Me To Church terug - maar die laatste gaat toch echt vele malen subtieler te werk.

Meer zoals dit